|
Informatieve website over het afnemen van intelligentietesten, zie: www.intelligentietesten.com Intelligentie- en capaciteitenonderzoek
Algemene voorwaarden
Bureau
voor leerstoornissen:
Praktijk
Voor Orthopedagogiek
(Mevr.
drs. JPM Voets, orthopedagoog)
|
FAALANGST :
1.1. Wat is faalangst?
Faalangst betekent letterlijk dat men bang is om te falen of te mislukken. Het
is dus angst, die optreedt als men iets moet doen waarbij men een prestatie moet
leveren en waarbij men kan mislukken.
Angst te mislukken uit zich bijvoorbeeld in zaken als bang zijn voor een
proefwerk, om een spreekbeurt te houden, een vraag te stellen in de klas, iets
voor te dragen voor de klas, examenvrees,… .
Faalangst gaat meestal samen met zaken als verlegenheid, geremdheid, snel
blozen, de ogen neerslaan als een ander naar hem of haar kijkt, … . Faalangst
hangt nauw samen met het zelfbeeld dat iemand heeft.
Faalangst staat meestal niet alleen, maar gaat dikwijls gepaard met angst voor
mensen. Men noemt dit sociale angst. Men is dan bang met anderen om te gaan,
iets aan iemand te vragen, nee te zeggen als iemand wat wil lenen of een beroep
doet op hulp, een vraag te stellen.
1.2. Twee soorten
faalangst:
Deze vorm van faalangst is eigenlijk geen echte faalangst. Bij deze vorm van
faalangst gaat men juist beter functioneren dan men normaal doet. De mouwen
worden opgestroopt en men valt aan. Daarbij verwacht men resultaat.
Er
is een minderwaardigheidsgevoel op dit punt. En klapt zogezegd wel een dicht.
Er zijn hartkloppingen. Hierbij is men vrijwel zeker van de ondergang en men
zou weg willen vluchten, maar men kan niet wegvluchten. Men moet doorvechten
met een moed der wanhoop, omdat men weet dat het waarschijnlijk mis zal gaan.
Wanneer men spreekt van ‘verlamd’ zijn (75- 100%), is er zodanig veel paniek,
onzekerheid dat men niet meer kan handelen.
1.3. Hoe ontstaat faalangst?
Elk kind is anders en heeft andere capaciteiten.
Sommige ouders, opvoeders zijn ongeduldig en hebben weinig tijd of slaan een
kind te hoog aan. Anderen kunnen ook snel geïrriteerd zijn, weer anderen hebben
een eindeloos geduld. De
ouders zijn de belangrijkste personen in een gezin. Maar ook bv. een buurman,…
kunnen een factor zijn in het ontstaan van bv. faalangst.
Een paar factoren zijn van belang bij het
mislukken.
Misschien is het kind er nog te jong voor, misschien loopt hij wat achter op de
anderen. De opvoeder meent dat het kind iets welk kan en geeft het een bepaalde
opdracht. Het kind beantwoordt niet aan de eisen en de opvoeder wordt kwaad.
Dit zal vooral gebeuren als het meerdere malen voorkomt.
De
opvoeder kan uitvallen, maar ook snel nagaan wat er aan de hand is en
bijvoorbeeld zeggen dat het niet erg is, dat het toch wel erg moeilijk is, dat
het laat is of dat het aan de opvoeder zelf lift, dat de opvoeder dit niet had
mogen eisen,enz. De opvoeder kan de schrik van het kind verminderen door
allerlei rustige woorden te uiten en het kind op zijn gemak te stellen.
Het kind heeft een korte aandachtsboog en is vaak snel vermoeid. Daar moet men
rekening mee houden. Als iets te lang gaat duren, moet het kind wel falen,
omdat het geen zin meer heeft.
Een slechte lichamelijk conditie, onduidelijke situaties, merken dat men geen
tijd voor je heeft, een lage intelligentie, een geringe algemene ontwikkeling,…
zijn nog factoren die vlugger kunnen leiden tot het hebben van ‘faalangst’.
1.4. Aanpak
Preventief werken:
Ook in deze hulpverlening geldt het moto ‘Voorkomen is beter dan genezen’.
In
dit werkje som ik enkele dingen op om preventief rond te werken. Ik ga hier
niet uitgebreid op in omdat het volgende punt (verhelpen) meer gericht is op
mijn individuele leervraag die ik voorop heb gesteld.
1.4.2. Verhelpen :
Observeren van personen met faalangst :
Een eerste stap in het begeleiden van personen met faalangst is het grondig
observeren. Het is de taak van de begeleider om na te gaan waar, hoe,… het
probleem zich situeert. Observaties door meerdere begeleiders is vaak nodig.
Een voordeel hierbij is dat ze zich eigenlijk een beetje gedwongen bezig houden
met het probleem van de faalangst waardoor ze er ook meer oog voor gaan
krijgen. Goede observaties zijn uiterst belangrijk!
Onderzoek met vragenlijsten :
In
Nederland en België (uitgeverij Swets te Lisse NL) worden de volgende
vragenlijsten gebruikt voor kinderen met faalangst:
PMT- (k): Prestatie- Motivatietest (voor kinderen) van dr. P. Hermans.
De
PMT- k is bedoeld voor personen van 10 tot 16 jaar, de PMT voor mensen vanaf 16
jaar. In beide gevallen wordt de leerling een vragenlijst voorgelegd met als
schalen: het prestatiemotief, negatieve faalangst en positieve faalangst.
De SSAT (Situatie Specifieke Angst Test) :
Deze test is gericht op het signaleren van angstgevoelens tijdens specifieke
situaties zoals: het terugkrijgen van een proefwerk, een schriftelijke
opdracht,… . Er
worden 5 schalen onderzocht.
1. Angst voor het
niet kunnen
2. Evaluatieve
gevoelens
3.
Begeleidingsverschijnselen van angst
4. Persoonlijke
verantwoordelijkheid
5. Vermijdingstendens
De
scores op deze vijf schalen resulteren in een angstindex (1,2,3) en een
vermijdingsindex (4,5). Om
de faalangst te meten zou men ook een vragenlijst op sociaal gebied kunnen
voorleggen of een vragenlijst, die in de mate van assertief gedrag van de
leerling onderzoekt De
leerlingen kunnen zelf ook een lijstje invullen, waarin zijn opgeven hoe zij
zichzelf zien.
(Zie verder bijlage 1)
Het instapgesprek
De
resultaten van de vragenlijsten worden ingebracht in een open gesprek met de
persoon, dat als instapgesprek kan worden gezien.
Allereerst begint men uit te leggen waarover het gesprek zal gaan: de antwoorden
op de vragen uit de voorgelegde vragenlijst(en).
Het doel van het gesprek is voor beiden een helder beeld van de leerling te
krijgen met het oog op een vorm van begeleiding, eventueel een training. De
inhoud zal bestaan uit de faalangst.
De
begeleider stelt bv. een item uit een vragenlijst aan de orde en laat de persoon
aan de hand van concrete voorbeelden vertellen hoe de feitelijke situatie bij
het item is (wat hij/ zij doe, hoe hij of zij denkt).
De
vraag of de persoon iets zou willen veranderen aan de situatie rond het
gedragsitem is essentieel. Met dit alles kan de begeleider een globale indruk
krijgen van de persoon.
Stencils maken over allerlei onderwerpen, die de kinderen kunnen lezen:
Zo
is het ook zinvol om de kinderen stencils te bieden waarop de volgende
onderwerpen eventueel aan bod kunnen komen. Door deze individueel door te
nemen, leren ze vaak ook zichzelf beter kennen en is het minder bedreigend.
De
stencils kunnen onderwerpen omvatten zoals positieve en negatieve faalangst,
kritiek na een mislukking, meningen en feiten, overdrijven en bagatelliseren,
hoe reageer je op kritiek, ketting van negatieve ervaringen, belang van goede
lichamelijke conditie, belang van korte opdrachten, … .
Anti- faalangst- training bij kinderen:
De
meeste personen met faalangst zijn enorm gevoelig voor kritiek. Bij het minste
of geringste worden ze bang, verlegen, gaan blozen, worden zenuwachtig, gaan
huilen of worden agressief en gaan schelden. Dit zijn allemaal zogenaamde
subassertieve wijzen van reageren.
De
meeste mensen met faalangst lachen op hun beurt anderen uit als die een fout
maken. Zij maken ook negatieve opmerkingen, vaak op een overdreven manier,
tegen zichzelf.
Enkele oefeningen:
Vragen wat de ander bedoelt, een ander leren aankijken, tegenover iemand zitten
en onaangename opmerkingen maken, met negatieve kritiek leren omgaan, ergens
anders over beginnen.
Soms kraken ze ook complimentjes af. Door hen te leren complimentjes te
accepteren. Dus bv. ‘dank je’, ‘fijn’ te zeggen, en het eventueel aan te vullen
met iets positief, komen ze anders over. Bv Je hebt een mooie jurk aan. ‘Dank
je, dat vind ik zelf ook en de jurk zit ook lekker’ in plaats van ‘oh, die heb
ik al twee jaar en ook nog in de Hema gekocht voor maar 10 euro.
Veel kinderen met faalangst, hebben moeite met het maken van vrienden. Velen
hebben een negatief beeld van zichzelf en voelen zich minder dan een ander.
Een aantal gesprekken en oefeningen doen, zijn hiervoor vaak nodig. Men kan
kleine rollenspelletjes doen, men kan praten over zaken zoals positieve
opmerkingen maken, complimentjes of opmerkingen geven en men ‘het slachtoffer ‘
daarop reageert. Men kan vertellen hoe men eerst een paar goede opmerkingen
moet maken, voor men op een ‘fout’ wijst,… .
Als je geleerd hebt elk deel van het lichaam apart te spannen en weer te
ontspannen, kun je het lichaam als geheel leren ontspannen (zie leren spannen en
ontspannen). Deze lichaamsoefeningen worden soms in kleine groepjes, maar
kunnen ook individueel aangeleerd worden.
In
dit onderdeel probeert men de kinderen, personen met faalangst elk deel van het
lichaam apart te ontspannen, beginnend bij de voeten, dus beneden en eindigend
bij het hoofd.
Voorbeelden van oefeningen : zie bijlage 2
Als men kinderen tijdens het lezen en schrijven observeert, is het ongelooflijk
hoe ze bezig zijn hun ogen te verpesten. Men ziet veel kinderen veel te dicht
met hun hoofd op het papier zitten, hoe ze hun hoofd scheef houden, soms zelf op
een arm liggen, hoe soms één oog dicht doen om hun verkeerde hoofdstand en
houding op te kunnen vangen.
Van belang is de kinderen een betere houding aan te leren.
Leren spannen en ontspannen :
Dit kan al liggend, zittend en staand gebeuren. Dit onderdeel wordt meestal
individueel aangeleerd.
Zie verder bijlage 3
Goede voeding, voldoende slaap,… zijn van groot belang bij kinderen om goed te
kunnen functioneren.
Zie bijlage 4: Theorie van Maslow.
Lichaamsconditie verbeteren :
Individuele gesprekken voeren met personen met faalangst:
Herstellen van vertrouwen in minstens 1 volwassene, de helper :
Om
een persoon met faalangst te helpen, is het nodig dat de helper voldoende
inlevingsvermogen, warmte en echtheid biedt om een goede vertrouwensrelatie op
te bouwen.
Belangrijk bij de benadering bij personen met faalangst is dat ze regelmatig
worden aangemoedigd, dat ze duidelijk zijn in het opleggen van opdrachten.
Over angsten praten, leren ontspannen en angst doen verminderen.
Belangrijk om oefeningen te beginnen is dat men er ontspannen aan begint.
Vervolgens kan men over je angsten praten, wat de angst ook al een beetje doet
minderen.
Het meeste effect heeft men indien de personen met faalangst ontspannen moeten
gaan liggen en zich bepaalde situaties voorstellen. Zo gauw iets te veel angst
oproept, laat men die angst meteen los en ontspant men weer. Na 30 seconden
roept men dat bepaalde beeld weer op, tot de angst te groot wordt en men zich
weer ontspant.
Sommige dingen zijn zo akelig dat de mens er het liefste van af keert. Als je
iemand dwingt over iets akeligs te vertellen wordt diegene misschien bang of
gaat rationaliseren of zegt dat hij er overheen is, dat hij er zich vrijwel
niets van kan herinneren, dat het niet belangrijk is, hij zijn tijd verdoet,… .
Je
kan de persoon het best eerst globaal zijn verhaal laten vertellen. Hierdoor
leert hij er naar kijken en gaat er al wat emotionele lading af. Daarna laat
men hem er nog eens een keer over vertellen. Er zullen meer details naar boven
komen. Misschien zullen er ook meer emoties opkomen. Als hij zijn adem
inhoudt, is er meestal iets waar hij voor schrikt. Laat hem doorademen en de
emotie komt vrij.
Soms moet je iets acht keer, van het begin tot het einde, laten vertellen. Men
moet doorgaan tot de deelnemer er volmaakt rustig over kan vertellen en er vaak
om moet lachen. Dat lachen heeft te maken met de laatste lading die er vanaf
vliegt. Vaak komt iemand tot een bepaald inzicht. Hij ziet bv. het verband
tussen wat er toen gebeurd is en bepaalde gedragingen, gevoelens,…van nu. Dat
moment van inzicht is vreselijk belangrijk en mag men niet missen. Daar gaat
het om. Zo lang die ‘klik’ niet gepasseerd is, weet men dat het nog niet
helemaal duidelijk is.
Als een bepaalde emotie er een is uit een ketting (gebeurtenissen van vroeger,
die er mee in verband staan), kan men vragen of er eerder iets gebeurd is, waar
datzelfde gevoel een rol in speelde, bv. angst voor honden. Als iemand helemaal
ontspannen is, kan men vragen terug te gaan naar de oorzaak van een bepaalde
angst. Binnen drie tellen ziet hij de oorzaak. Als de oorzaak niet gezien
wordt, is hij niet goed ontspannen of hij wil het niet zien. De kunst is dan
het zover te brengen dat hij de oorzaak wel ziet en door het ‘zwarte’ heen
breekt.
Eigenwaarde verbeteren en herstellen:
Er
zijn tal van therapieën om faalangst te minderen. De een laat je het verdriet
uithuilen, of de agressie eruit schreeuwen. Een ander geeft
ontspanningsoefeningen of laat iemand elke dag een bepaald woord eindeloos
herhalen, waardoor de geest rustiger wordt. Weer een ander zegt dat er allerlei
lichaamsoefeningen gedaan moeten worden.
Al
die zaken helpen, maar het belangrijkste is inzien hoe je zelf bent, wat je zelf
kan. Om
dit laatste na te gaan, kan men volgende oefeningen doen en samen bespreken:
Kaartjes gebruiken om eigenschappen op te schrijven :
Men kan ook nagaan welke positieve opmerkingen men wel eens tegen een ander
heeft gemaakt.
Waarin is men beter als vroeger?
Welke zaken heeft men tot een goed einde gebracht?
Noteer situaties waarin men blij was.
Waarin had men nog slechter kunnen zijn?
Maak een lijst van veel gebruikt negatieve opmerkingen en de betekenis ervan
nagaan
Maak een lijst van tientallen situaties waarin je bang was. Ga van een bepaalde
gebeurtenis precies na hoe die verliep, wat je bang maakte. Stel daarna de
situatie opnieuw voor en ga na hoe je had kunnen reageren ronder bang te
worden. Ga
na wanneer je iemand iets leerde,….
Het besef herstellen dat men meer weet en kan dan men denkt.
Door de resultaten van de vorige oefeningen te bekijken, maakt men de personen
duidelijk dat ze veel meer weten en kunnen dan dat ze zelf denken.
Dit kan geoefend worden door woorden twee per twee te overleggen en daaruit kan
men besluiten dat men veel meer weet dan dat men denkt en kan.
Om
de verlegenheid te overwinnen, is het nodig dat de kinderen, personen met
faalangst thuis verder proberen om hun verlegenheid te overwinnen.
Enkele oefeningen haal ik hier aan:
Minstens elke week een persoon bezoeken, iemand vragen om ergens mee naar toe te
gaan, op allerlei mensen, vrienden letten, iets aardigs proberen op te merken en
daarover een complimentje maken, als iemand een complimentje geeft, jezelf niet
afkraken, iemand zeggen dat je hem of haar aardig vindt,… . Gezinsbegleiding is
ook erg belangrijk bij faalangst.
1.4.3. Optimaliseren :
Studietechnieken leren
Dit wordt vaak in groepjes van personen rond dezelfde leeftijd gehouden, omdat
mensen op die manier vaak sneller leren dan van ‘hogergeplaatsten’.
Met studietechnieken aanleren wordt bedoeld dat mensen met faalangst hun
woordenschat gaan uitbreiden, waardoor ze woorden beter in zinnen kunnen
gebruiken, een vraag durven stellen, hun spreekbeurt beter kunnen houden, … .
Via rollenspelen, spreekbeurten te houden,… kan men dit leren.
Snellees cursus volgen- Communicatietraining
Anderen leren helpen, die minder goed zijn,… .
Volgens de Amerikaanse psycholoog Maslow heeft elke mens vijf basisbehoeften
waaraan voldaan moet worden om tot een gezonde volwassene uit te kunnen groeien.
1.
Lichamelijke behoeften als goede voeding, voldoende slap, sport en lichamelijke
aanraking. 2.
Behoefte aan veiligheid en zekerheid. Het kind heeft behoefte aan rust en
duidelijke regels. Het wil weten waar het aan toe is.
3.
Behoefte aan goede communicatie met ouders, broers en zusters, vrienden en
onderwijzers. Dit noemt men wel ‘sociale behoefte’.
4.
Behoefte aan erkenning. Het kind wil het gevoel hebben da men van hem houdt,
dat hij iets betekent. 5.
Behoefte aan zelfontplooiing. Daarvoor moet het kind een omgang hebben, die hem
de kans geeft zich te ontwikkelen. Bv. goed speelgoed, veel praten over
allerlei zaken, voorlezen, samen veel uitgaan en allerlei dingen bezoeken.
Wat te doen vanuit de theorie van Maslow?
Maslow zegt, dat elk mens dat niet optimaal functioneert en daarom neurotisch is
of aan andere onvolkomenheden lijdt, tekort gekomen is waar de vier
basisbehoeften betreft. Hij is dan ook van mening dat men als therapeut,… voor
een relatie moet zorgen met de persoon waarin de vier basisbehoeften alsnog aan
bod komen. 1.
De proefpersoon moet voldoende slapen, goed eten. Vele eten niet genoeg of
juist niet. Of ze slapen niet voldoende en onrustig. Adviezen op gebied van
voeding zijn daarom erg belangrijk. Uit de praktijk blijkt dat deze zelden
opgevolgd worden. Als men door discussie de persoon zelf zover brengt dat hij
zelf ziet wat er aan de hand is, kan hij ook de conclusie trekken, dat hij
anders moet leven. Dat blijkt een goede aanpak, maar kost wat meer tijd en
handig overleg. Sport en iets doen aan de lichamelijke conditie is ook
belangrijk. In dit kader moet men aandacht geven aan ademhalingsoefeningen, het
uithoudingsvermogen verbeteren en hem leren zich te ontspannen.
Lichamelijke aanraking is ook erg belangrijk. Het kind moet niet bang zijn
anderen aan te raken of aangeraakt te worden. Spelletjes, waarbij men met
elkaar stoeit, elkaar aanraakt, zijn van belang.
2.
In de klas, thuis, op straat en op het schoolplein moet het kind zich veilig en
zeker voelen.
Het moet weten waar het aan toe is. Daarom moeten de regels duidelijk zijn,
moet het weten hoe er overhoord gaat worden, hoe het gestraft kan worden. Een
autoritaire situatie is meestal een onveilige situatie. Duidelijkheid is niet
hetzelfde als autoritair je wil opleggen. Veiligheid kan op lichamelijk gebied
liggen. In verband hiermee zou men af moeten spreken dat men elkaar niet
stompt, slaat, aan de haren trekt of de stoel onder iemand vandaan trekt,…
Onveiligheid kan ook op emotioneel terrein liggen in de vorm van negatieve
opmerkingen, dreigen met blijven zitten,… .
3.
Goede communicatie. Steeds minder ouders hebben tijd voor hun kinderen. Ze
kijken
liever naar de televisie. Vaak werken vader en moeder beiden. De ouders zijn
‘s avonds moe en willen ook wat ontspanning. Het is begrijpelijk, maar gaat ten
koste van de kinderen. Dit alles hadden de ouders moeten weten voor ze gingen
trouwen. Er kan dus te weinig gecommuniceerd worden of op negatieve wijze.
Dreigen, rot- opmerkingen, negatief persoonsgerichte opmerkingen,… zijn allemaal
autoritaire wijzen van gedrag, waardoor het kind een minderwaardigheidsgevoel
overhoudt, niets durft te vragen,… . Als docent, begeleider,… moet men daar
rekening mee houden. Het kind moet het vertrouwen in de mensheid en in de
volwassenen weet terugkrijgen en het is geen eenvoudige opdracht dat tot stand
te brengen. 4.
Behoefte aan erkenning, respect en liefde. Veel kinderen hebben het geovel dat
niemand
van hen houdt, dat niemand iets in hen ziet. Door tal van opmerkingen en
gedragingen laten ouderen dit merken. Het kind trekt daaruit de conclusie, dat
hij ‘niet - okay’ is en nergens voor deugt. Een helper of opvoeder moet het
kind weer het gevoel geven dat hij als mens gewaardeerd wordt en niet op grond
van zijn prestaties en resultaten.
Dit tonen van respect moet wederzijds zijn. Het kind moet de helper
respecteren, in ieder geval als mens. Respecteren betekent niet dat men de
ander op een voetstuk plaatst. Respecteren betekent, dat men aanvaardt dat de
ander op bepaalde gebieden wat meer weet, en misschien zelfs meer is, dan
jezelf. 5.
Stimulerende omgeving. Veel kinderen leven in een fantasieloze omgeving, waarin
niets gebeurt, waar zelden over iets interessants gepraat wordt, waar men op
elkaar uitgekeken is en men elkaar niets meer te zeggen heeft.
BIJLAGE 1 :
Hoe zie je jezelf? (door leerling in te vullen)
Zet een kruisje op het streepje, wat je kiest :
BIJLAGE 3 : LEREN SPANNEN EN ONTSPANNEN :
Er bestaan verschillende manieren om je te ontspannen:
Liggend ontspannen
: De beste houding om je goed te ontspannen is op de grond gaan liggen, op je
rug, de voeten iets uit elkaar en naar buiten laten hangen, de armen naast het
lichaam met de handpalmen naar boven en de vingers iets gekromd. Het beste is
geen knellende kleren aan te hebben en geen strakke riem om je middel, anders
kun je niet goed met je buik ademhalen. De kamer moet eigenlijk wat verduisterd
zijn. Dit om een beter resultaat te kunnen verkrijgen. De persoon moet zich
vervolgens op allerlei delen van het lichaam concentreren en proberen de spieren
te ontspannen en een zwaar en warm gevoel in al die delen van het hele lichaam
te voelen. Als je het goed doet, voel je je zo zwaar als lood worden, alsof je
door de grond dreigt te zakken
Zittend ontspannen
:
Als de persoon zit, moet hij ontspannen in een gemakkelijke leunstoel zitten,
lekker onderuit, benen uit elkaar en niet over elkaar geslagen. Hij kan zijn
handen op zijn bovenbenen of op de stoelleuning leggen. Hij moet zijn schouders
ontspannen laten hangen;
Men ook in kleermakerszit gaan zitten; de benen gekruist, de handen op de
knieën, rechtop zittend, rustig in- en uitademend, de ogen gesloten.
Men kan ook recht op een gewone stoel zitten, maar dan moet deze wel zo hoog
zijn, dat men de voeten gemakkelijk op de grond kan plaatsen zodanig dat de
bovenbenen evenwijdig aan de vloer lopen. De handen legt men op de bovenbenen.
Men sluit de ogen, laat de schouders hangen en houdt het hoofd rechter. Als men
het hoofd goed rechtop houdt, kost dit weinig moeite. Tevens kan men heel
rustig in- en uitademen. Bij deze methode mag men niet achterover leunen tegen
de stoelleuning.
Een andere houding is de koetsiershouding. Daarbij heeft men de voeten een
beetje naast elkaar, de handen in de schoot gevouwen of naast elkaar in de
schoot liggen en het hoofd laat man wat voorover hangen en de ogen dicht. Ook
de schouders moet men laten hangen.
Staand ontspannen
:
Bij het staan kan men de voeten iets naar buiten draaien en een weinig uit
elkaar houden. Men laat de schouders ontspannen hangen, evenals de armen en
handen. Tevens blijft men rustig in- en uitademen. Dit is een erg goede
uitgangshouding bij het beantwoorden van vragen voor het bord of houden van een
gespreksbeurt. Deze manier van staan moet men oefenen. Men moet de grond goed
voelen en voelen dat men er stevig staat. Eerst met de ogen dicht. Later met
open ogen.
Het beste kan men met liggen beginnen, dan met ontspannen zitten in een
leunstoel, dan met de koetsiershouding of rechtop zittend op een gewone stoel en
daarna met het ontspannen staan. Faalangst betekent dus dat men bang is om te falen of te mislukken.
Het is een angst die optreedt als men iets moet doen waarbij men een prestatie
moet leveren en waarbij men kan mislukken. Faalangst is ondermeer een product
van de omgeving en de opvoeding.
De
individuele aanpak is heel ruim, maar het belangrijkste is dat de personen
zichzelf, hun eigen mogelijkheden en beperkingen beter leren kennen en er mee
omgaan. Het is zeker geen gemakkelijke taak en het zal veel inzet en energie van de persoon vragen.
BIBLIOGRAFIE :
Pieter Langedijk, Faalangst, 1980, Ankh- Hermes bv- Deventer, p.
184 Ard Nieuwenbroek, Sander Reinalda, José De Vries, Handboek
faalangsttraining, 1998, KPC Groep ‘s Hertogenbosch, p; 158 Dreesen Hilde (2001) alle artikelen over faalangst: http://www.faalangst.nl/artikelen.php Autorijschool Eckhardt is gespecialiseerd in het geven van rijlessen voor mensen die te maken hebben met leerproblemen en faalangst. Peter en Lian Eckhardt zijn gespecialiseerd in het geven van autorijlessen voor mensen die kampen met faalangst of andere leerproblemen. Zij weten met zorg en geduld leerlingen voor te bereiden op het rijexamen. Beiden hebben ruime ervaring binnen het basis, voortgezet en speciaal onderwijs. Met deze grote ervaring in het onderwijs onderscheiden zij zich van andere rijschoolhouders met een bijscholingscursus faalangst. Autorijschool Eckhardt geeft service van hoog niveau en kent een hoog slagingspercentage. De instructeurs van Autorijschool Eckhardt stellen je op je gemak om je met goed resultaat je rijopleiding af te laten sluiten. Naast hun specialismen biedt Autorijschool Eckhardt u ook zeer veilige leswagens. De leerlingen bij Autorijschool Eckhardt rijden in een Mercedes Benz. Gevestigd in Boxtel, verzorgt de rijschool lessen in de regio ’s-Hertogenbosch-Lennisheuvel. Mocht u buiten de regio wonen, dan kunt u worden opgehaald op het treinstation van Boxtel of ‘s-Hertogenbosch. Autorijschool Eckhardt is de enige rijschool in de omgeving van Boxtel die werkt met het Drive Masters Leerling Volgsysteem. Het Drive Masters Leerling Volgsysteem houdt in dat leerlingen hun vorderingen zelf kunnen volgen. Op de website www.drivemasters.nl kunnen leerlingen hun eigen Sterkte- Zwakterapport volgen. Het rapport laat zien welke rijtaken de leerling goed beheerst en welke onderdelen minder. Op basis van dit rapport stemt de personal coach de lessen af op het individuele niveau van de leerling. Deze unieke interactieve rijmethode is ontwikkeld door de Technische Universiteit Delft en wordt aanbevolen door BOVAG afdeling Rijscholen. Autorijschool Eckhardt werkt met de methode Rijopleiding In Stappen, ook RIS-methodiek genoemd. De RIS-methodiek biedt een duidelijk overzicht van de vorderingen van de rij-opleiding. Ook bereidt deze methode je goed voor op het praktijkexamen waardoor de kans van slagen stijgt. Autorijschool Eckhardt staat voor * Starten op je 17de; * Je eerste rijvaardigheden opdoen in een rijsimulator; * Unieke Drive Masters Rijopleiding; * De persoonlijke Rijopleiding In Stappen-methode; * Iedere les een uitgebreide analyse van je vorderingen; * Begeleiding door een personal coach; * Ideaal als je op latere leeftijd je rijbewijs wilt halen; * Speciale aandacht voor faalangst en leerproblemen. Autorijschool Eckhardt Corpus 57 5282 MG Boxtel vast: (0411) 616700 mobiel: (06) 51 53 63 15 email: eckhardt@home.nl http://www.autorijschool-eckhardt.nl http://www.rijsimulatorlessen.nl |
|
Send mail to
jpm.voets@orthopedagogiek.com
with questions or comments about this web site.
|