RAKIT | Revisie Amsterdamse Kinder Intelligentie Test
N. Bleichrodt, P.J.D. Drenth, J.N. Zaal & W.C.M. Resing
• De klassieker onder de kinder-IQ
tests
• Vanaf 4;2 t/m 11;1 jaar
|
Uw kind laten testen? zie: www.intelligentietesten.com
|
|
Intelligentietesten voor zeer jonge kinderen (vanaf 4 jaar en 2 maanden) De Rakit (Revisie Amsterdamse Kinder Intelligentie Test) RAKIT (groep 4;2 – 11;2 jaar)RAKIT | Revisie Amsterdamse Kinder Intelligentie TestN. Bleichrodt, P.J.D. Drenth, J.N. Zaal & W.C.M. Resing • De klassieker onder de kinder-IQ
tests
De Rakit en de WPPSI-R zijn 2 intelligentietesten die bij jonge kinderen, vanaf 4 jaar en 2 maanden, afgenomen kunnen worden. De keuze voor de SON-R behoort eveneens tot de mogelijkheid, maar deze test is non-verbaal (niet talig) De test geeft géén informatie over de verbale capaciteiten van het kind. Aangezien ik dit een zeer belangrijk onderdeel vindt m.b.t. het schools leren acht ik deze test altijd geschikt. Momenteel wordt de test wél veel gebruikt om vast te stellen of een kind over een hoge intelligentie beschikt. (HIQ) De RAKIT is een intelligentieonderzoek voor kinderen van 4;2 tot 11;2 jaar. Deze intelligentietest wordt door de commissie testaangelegenheden Nederland als meest betrouwbaar beoordeeld. (maximale score!)
RAKIT (groep 4;2 – 11;2 jaar) De RAKIT is een intelligentieonderzoek voor kinderen van 4;2 tot 11;2 jaar. Deze intelligentietest wordt door de commissie testaangelegenheden Nederland (COTAN) als zeer betrouwbaar beoordeeld. (maximale score!) Deze test meet de algemene intelligentie en geeft daarnaast geeft gedetailleerde cognitieve informatie.De test kan een bijdrage leveren aan tijdige onderkenning van ontwikkelings-achterstanden en/of leerproblemen, adviezen inzake schoolkeuze en aan het behandelingsproces van kinderen.
De opdrachten doen een beroep op het abstract (logisch) redeneren, nauwkeurig waarnemen en het niet afgeleid worden door details. Onderdeel 1. Exclusie: uit vier abstracte figuren er één kiezen welke niet voldoet aan een regel waaraan de drie andere wel voldoen; Onderdeel 2. Analogieën: het zoeken van een verband tussen twee begrippen, bijv. jongen-man; meisje-......; Onderdeel 3. Verborgen figuren: het ontdekken van een figuur dat verborgen zit in een grotere, complexe tekening; Onderdeel 4. Kwantiteit: het maken van vergelijkingen met betrekking tot aantal, volume, gewicht, oppervlakte, lengte, e.d.; schijven: het zo snel mogelijk plaatsen van schijven met gaatjes op een bord met opstaande staafjes; Onderdeel 5. Figuur herkennen: het benoemen van onvolledige tekeningen. 2. De verbale leerfactor: De opdrachten hebben een sterk mondeling (verbaal) aspect. Het gaat om het kennen èn kunnen leren van betekenisinhouden. Onderdeel 6. Woordbetekenis: bij een gegeven woord het juiste plaatje aanwijzen. Dit onderdeel geeft inzicht in de passieve woordenschat van het kind. Onderdeel 7. Namen leren: aan poezen en vlinders worden op grond van hun uiterlijk namen gegeven, die vervolgens tot tweemaal toe teruggevraagd worden. Dit onderdeel doet een beroep op het kortdurend geheugen. 3. Ruimtelijke oriëntatie- en tempofactor: Deze opdrachten doen een beroep op ruimtelijk inzicht en motorische vaardigheden. Bovendien is er steeds een snelheidsfactor in het spel. Onderdeel 8. Doolhoven: met een soort pen zo snel mogelijk een doolhof doorlopen. Dit onderdeel zegt iets over de taakaanpak en het planningsgedrag. Onderdeel 9. Schijven: het zo snel mogelijk plaatsen van schijven met gaatjes op een bord met opstaande staafjes. Snelheid van handelen, vooruitkijken en inzicht in structuren staat hier centraal. 4. De verbale vlotheidfactor: Onderdeel 10. Ideeënproductie: in korte tijd zoveel mogelijk begrippen binnen een categorie noemen. Taalkennis en begrippen zeggen iets over de taalontwikkeling van het kind. Onderdeel 11. Vertelplaat: het kunnen vertellen van een verhaal in een logische samenhang. Het kunnen benoemen van begrippen en het doorzien van een “plot” staat centraal in dit onderdeel. 5. Het Geheugen: Onderdeel 12. Geheugenspan: Tot slot het onderdeel 'geheugenspan' hetgeen niet is opgenomen in de bovengenoemde factorverdeling. Het gaat hierbij om het kunnen reproduceren van een reeks figuren in de juiste volgorde. Het visueel geheugen speelt een centrale rol.
Drie tests zijn door de COTAN uitzonderlijk positief beoordeeld: Dit zijn de RAKIT en de beide SON-tests. Op alle onderdelen hebben zij het oordeel ‘goed’. Daarnaast worden de BOS 2-30, de GOS 2.5-4.5, de LDT, de WISC-RN (inmiddels vervangen door de WISC III) en de LEM redelijk tot goed beoordeeld. Bij deze tests zijn de uitgangspunten bij de testconstructie en de kwaliteit van testmateriaal en handleiding in het algemeen ‘goed’. Voldoende of onvoldoende zijn bij deze tests veelal normen en/of betrouwbaarheid en/of validiteit. Twee tests zijn zeer laag beoordeeld en op grond daarvan niet geschikt voor algemeen diagnostisch gebruik. Dit zijn de MOS 2.5-8.5 en de WPPSI-R. Het lage oordeel voor de WPPSI-R is het gevolg van de gebrekkige uitvoering van de Vlaams/Nederlandse aanpassing waarbij Nederlandse normen ontbreken, de betrouwbaarheid niet op relevante wijze wordt vastgesteld en geen onderzoek is gedaan naar de criteriumvaliditeit. Als u uw kind wilt laten testen is het zinvol om de persoonlijkheid van uw kind nader te bekijken.
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Send mail to
jpm.voets@orthopedagogiek.com
with questions or comments about this web site.
|