|

www.beelddenkers.nl
| |
SON-R intelligentietest
Snijders-Oomen niet-verbale intelligentietest : SON-R
2½-7 : handleiding en verantwoording (SON-R 2½-7) / Tellegen, P.J.; Winkel, M.;
Wijnberg-Williams, B.J.; Laros, J.A.. - Lisse : Swets Test Publishers (STP),
1996, 1998 (Inmiddels overgenomen door:
www.pearson-nl.com
en inmiddels weer overgenomen door Hogrefe!
Code: C01.Tellegen. Taal: NL. Doelgroep: kinderen; 2,06-7 jaar. Meetpretentie:
verschillende intelligentiefuncties zonder gebruik taal. Schalen: mozaïeken,
categorieën, puzzels, analogieën, situaties, patronen.
Annotatie: bew. van Kleuter-SON / J.Th. Snijders, N. Snijders-Oomen (1975). Zie
ook: folder Swets. Psychodiagnostiek... [13.Kraijer]: 160
CoTAN: 2000 I: 491-2, II: 1178-86 (26.28); 1992 en aanv. (26.38)
Snijders-Oomen niet-verbale intelligentietest ; SON-R
5½-17 : verantwoording en handleiding (SON-R 5½-17) / Snijders, J.Th.; Tellegen,
P.J.; Laros, J.A.. - Groningen : Wolters-Noordhoff, 1988
Code: C01.Snijders. Taal: NL. Doelgroep: kinderen, jongeren, doven,
slechthorenden, spraakgestoorde kinderen; 5,06-17 jaar. Meetpretentie:
intelligentieniveau. Schalen: categorieen, analogieen, situaties, stripverhalen,
mozaieken, patronen, zoekplaten.
Annotatie: zie ook: Psychodiagnostiek... [13.Kraijer]: 161
CoTAN: 2000 I: 480-1, II: 1164-6 (26.18); 1992 (26.28)
De SON-R 5.5-17
De SON-R 5.5-17 vormt samen met
de SON-R 2.5-7 de vierde generatie van de Snijders-Oomen niet-verbale
intelligentietests. De test is geschikt voor kinderen van 5.5 tot 17 jaar.
De SON-R 5.5-17 vervangt
zowel de SSON 7-17 als de SON-'58.
De auteurs van de test zijn:
J.Th. Snijders, N. Snijders-Oomen, J.A. Laros, M.A.H. Huijnen en P.J.
Tellegen.De SON-R 2.5-7
Betrouwbaarheid en
stabiliteit
De betrouwbaarheid van de
subtests is gemiddeld .72. De betrouwbaarheid van de IQ-score neemt iets met de
leeftijd toe en is gemiddeld .90.
De stabiliteit van het IQ
(test-hertest correlatie) is .79 bij een interval van drie tot vier maanden.
De correlatie tussen de
SON-R 2.5-7 en de SON-R 5.5-17 is .76 bij een inval van drie tot vier maanden.
Validiteit
Naast het
normeringsonderzoek zijn aanvullende onderzoeken uitgevoerd bij dove en
slechthorende kinderen, kinderen met taal- en spraakstoornissen, kinderen met
leermoeilijkheden, autistische kinderen en allochtone kinderen.
Ook in Engeland, de
Verenigde Staten en in Australië is onderzoek gedaan met zowel ‘normale’ als
gehandicapte kinderen
In totaal waren 1500
kinderen bij deze extra onderzoeken betrokken.
De prestaties op de SON-R
2.5-7 zijn door ons vergeleken met een groot aantal intelligentie- en
taalontwikkelingstests, zoals de GOS, WPPSI-R, TONI-2, RAKIT, Bayley, McCarthy,
DTVP-2, Peabody, PLS-3, Reynell en de TvK
In de Handleiding wordt ook
informatie gegeven over de samenhang met SES, sekseverschillen en de samenhang
tussen testprestaties en beoordelingen door leerkrachten.
Samenstelling
De test bestaat uit zeven
subtests: Categorieën, Analogieën, Situaties, Stripverhalen, Mozaïeken, Patronen
en Zoekplaten.
De eerste drie zijn
meerkeuze-tests, de andere vier zijn handelingstests.
Bij de handelingstests moet
de oplossing op een actieve manier gezocht worden waardoor gedragsobservatie
mogelijk is.
Op grond van de inhoud
kunnen de subtests in vier groepen worden verdeeld: abstracte redeneertests (Categorieën
en Analogieën), concrete redeneertests (Situaties en Stripverhalen), ruimtelijke
tests (Mozaïeken en Patronen), en perceptuele tests (Zoekplaten).
Een belangrijk verschil met
de voorgaande SON-tests is dat geen aparte geheugentests zijn opgenomen.
Testafname
In de Handleiding zijn de
verbale en de niet-verbale instructie naast elkaar afgedrukt. Beide instructies
zijn zoveel mogelijk equivalent. Als hulp voor de onderzoeker staan de
belangrijkste punten van de instructie op het scoreformulier.
In twee opzichten wijkt de
testprocedure af van wat gebruikelijk is. In de eerste plaats wordt van een
adaptieve procedure gebruik gemaakt waardoor het aantal aangeboden items
ongeveer gehalveerd wordt. In de tweede plaats wordt na ieder item verteld of de
oplossing goed of fout is.
De afname van de test duurt
ongeveer twee uur. (Er dienen echter voldoende pauzes te worden genomen bij de
afname van deze test!)
Normering
De normering van de test is
gebaseerd op een landelijk representatieve steekproef van 1350 kinderen van 6
tot en met 14 jaar. Door extrapolatie zijn de normen uitgebreid naar 5.5 - 17
jaar. Voor het berekenen van genormeerde scores zijn normtabellen voor 38
leeftijdsgroepen beschikbaar. Men kan ook van het computerprogramma gebruik
maken.
De totale testuitkomst wordt
weergegeven als IQ-score (met waarschijnlijkheidsinterval), als percentielscore
en als referentieleeftijd.
In aanvulling op het
onderzoek bij horende kinderen, zijn 768 dove kinderen met de SON-R 5.5-17
onderzocht. Voor doven kan de totaalscore op de test worden weergegeven als
percentielscore binnen de dovenpopulatie.
Betrouwbaarheid
De betrouwbaarheid van de
subtests is gemiddeld .76. De betrouwbaarheid van de totaalscore is .93.
Bij de dove kinderen is de
correlatie .76 met scores op eerdere versies van de test die meer dan drie jaar
daarvoor waren afgenomen.
Validiteit
De validiteit van de SON-R
5.5-17 blijkt onder meer uit de duidelijke samenhang met indicatoren voor
schoolsucces, zoals schooltype, zitten blijven en rapport cijfers (R=.59). De
correlatie met de CITO eindtoets is .66.
In de Handleiding wordt
verder uitgebreid ingegaan op de prestaties van dove kinderen en van allochtone
kinderen en op de samenhang van de testprestaties met socio-economische
variabelen.
|