| A. |
Ofwel (1), ofwel (2) |
| |
(1) |
Zes (of meer) van de volgende symptomen van
aandachtstekort zijn gedurende ten minste zes maanden aanwezig geweest
in een mate die onaangepast is en niet past bij het ontwikkelingsniveau: |
| |
|
Aandachtstekort |
| |
|
(a) |
slaagt er vaak niet in voldoende aandacht te geven aan
details of maakt achteloos fouten in schoolwerk, werk of bij andere
activiteiten |
| |
|
(b) |
heeft vaak moeite de aandacht bij taken of spel te
houden |
| |
|
(c) |
lijkt vaak niet te luisteren als hij/zij direct
aangesproken wordt |
| |
|
(d) |
volgt vaak aanwijzingen niet op en slaagt er vaak niet
in schoolwerk, karweitjes af te maken of verplichtingen op het werk na
te komen (niet het gevolg van oppositioneel gedrag of van het onvermogen
om aanwijzigen te begrijpen) |
| |
|
(e) |
heeft vaak moeite met het organiseren van taken en
activiteiten |
| |
|
(f) |
vermijdt vaak, heeft een afkeer van of is onwillig zich
bezig te houden met taken die een langdurige aandacht (langdurige
geestelijke inspanning) vereisen (zoals school- of huiswerk) |
| |
|
(g) |
raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of
bezigheden (bijvoorbeeld speelgoed, huiswerk, potloden, boeken of
gereedschap) |
| |
|
(h) |
wordt vaak gemakkelijk afgeleid door uitwendige
prikkels |
| |
|
(i) |
is vaak vergeetachtig bij dagelijkse bezigheden
|
| |
(2) |
zes (of meer) van de volgende symptomen van
hyperactiviteit-impulsiviteit zijn gedurende ten minste zes maanden
aanwezig geweest in een mate die onaangepast is en niet past bij het
ontwikkelingsniveau: |
| |
|
Hyperactiviteit |
| |
|
(a) |
beweegt vaak onrustig met handen of voeten, of draait
in zijn/haar stoel |
| |
|
(b) |
staat vaak op in de klas of in andere situaties waar
verwacht wordt dat men op zijn plaats blijft zitten |
| |
|
(c) |
rent vaak rond of klimt overal op in situaties waarin
dit ongepast is (bij adolescenten of volwassenen kan dit beperkt blijven
tot subjectieve gevoelens van rusteloosheid) |
| |
|
(d) |
kan moeilijk rustig spelen of zich bezighouden met
ontspannende activiteiten |
| |
|
(e) |
is vaak "in de weer" of "draaft maar
door" |
| |
|
(f) |
praat vaak aan een stuk door
|
| |
|
Impulsiviteit |
| |
|
(g) |
gooit het antwoord er vaak al uit voordat de vragen
afgemaakt zijn |
| |
|
(h) |
heeft vaak moeite op zijn/haar beurt te wachten |
| |
|
(i) |
verstoort vaak bezigheden van anderen of dringt zich op
(bijvoorbeeld mengt zich zomaar in gesprekken of spelletjes) |
| B. |
Enkele symptomen van hyperactiviteit-impulsiviteit of
onoplettendheid die beperkingen veroorzaken waren voor het zevende jaar
aanwezig.
|
| C. |
Enkele beperkingen uit de groep symptomen zijn
aanwezig op twee of meer terreinen (bijvoorbeeld op school {of werk} en
thuis).
|
| D. |
Er moeten duidelijke aanwijzingen van significante
beperkingen zijn in het sociale, school- of beroepsmatig functioneren.
|
| E. |
De symptomen komen niet uitsluitend voor in
het beloop van een pervasieve ontwikkelingsstoornis, schizofrenie of een
andere psychotische stoornis en zijn niet eerder toe te schrijven aan
een andere psychische stoornis (bijvoorbeeld stemmingsstoornis,
angststoornis, dissociatieve stoornis of een persoonlijkheidsstoornis).
|