|
| |
DSM-IV-TR criteria Aandachtstekortstoornis met
hyperactiviteit
(Omdat de symptomen met het ouder worden iets kunnen afnemen, wordt vaak
gesteld dat een volwassen patiënt moet voldoen aan 4 of 5 van 9 criteria
van een of beide symptoomclusters.)
A.Ofwel (1), ofwel (2)
(1) Zes (of meer) van de volgende symptomen van aandachtstekort zijn
gedurende ten minste zes maanden aanwezig geweest in een mate die
onaangepast is en niet past bij het ontwikkelingsniveau:
Aandachtstekort
(a) slaagt er vaak niet in voldoende aandacht te geven aan details
of maakt achteloos fouten in schoolwerk, werk of bij andere activiteiten
(b) heeft vaak moeite de aandacht bij taken of spel te houden
(c) lijkt vaak niet te luisteren als hij/zij direct aangesproken
wordt
(d) volgt vaak aanwijzingen niet op en slaagt er vaak niet in
schoolwerk, karweitjes af te maken of verplichtingen op het werk na te
komen (niet het gevolg van oppositioneel gedrag of van het onvermogen om
aanwijzigen te begrijpen)
(e) heeft vaak moeite met het organiseren van taken en activiteiten
(f) vermijdt vaak, heeft een afkeer van of is onwillig zich bezig te
houden met taken die eenlangdurige aandacht (langdurige geestelijke
inspanning) vereisen (zoals school- of huiswerk)
(g) raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of bezigheden
(bijvoorbeeld speelgoed, huiswerk, potloden, boeken of gereedschap)
(h) wordt vaak gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels
(i) is vaak vergeetachtig bij dagelijkse bezigheden
(2) zes (of meer) van de volgende symptomen van
hyperactiviteit-impulsiviteit zijn gedurende ten minste zes maanden
aanwezig geweest in een mate die onaangepast is en niet past bij het
ontwikkelingsniveau:
Hyperactiviteit
(a) beweegt vaak onrustig met handen of voeten, of draait in
zijn/haar stoel
(b) staat vaak op in de klas of in andere situaties waar verwacht
wordt dat men op zijn plaats blijft zitten
(c) rent vaak rond of klimt overal op in situaties waarin dit
ongepast is (bij adolescenten of volwassenen kan dit beperkt blijven tot
subjectieve gevoelens van rusteloosheid)
(d) kan moeilijk rustig spelen of zich bezighouden met ontspannende
activiteiten
(e) is vaak in de weer of draaft maar door
(f) praat vaak aan een stuk door
Impulsiviteit
(g) gooit het antwoord er vaak al uit voordat de vragen afgemaakt
zijn
(h) heeft vaak moeite op zijn/haar beurt te wachten
(i) verstoort vaak bezigheden van anderen of dringt zich op
(bijvoorbeeld mengt zich zomaar in gesprekken of spelletjes)
B.Enkele symptomen van hyperactiviteit-impulsiviteit of onoplettendheid
die beperkingen veroorzaken waren voor het zevende jaar aanwezig.
C.Enkele beperkingen uit de groep symptomen zijn aanwezig
op twee of meer terreinen (bijvoorbeeld op school {of werk} en thuis).
D.Er moeten duidelijke aanwijzingen van significante
beperkingen zijn in het sociale, school- of beroepsmatig functioneren.
E.
De
symptomen komen niet uitsluitend voor in het beloop van een pervasieve
ontwikkelingsstoornis, schizofrenie of een andere psychotische stoornis
en zijn niet eerder toe te schrijven aan een andere psychische stoornis
(bijvoorbeeld stemmingsstoornis, angststoornis, dissociatieve stoornis
of een persoonlijkheidsstoornis)
|
|