Angst
Angst is vrees voor een nieuwe situatie. Het is onderdeel van een
geïnternaliseerde gedragsstoornis.
Sociale angst: er is sprake van een aanhoudend angstig en verlegen
gedrag, dat toeneemt wanneer de situaties onbekend zijn. Het kind
heeft de neiging om deze situaties te vermijden en houdt op die
wijze de angst in stand.
Er is sprake van een stoornis, als:
het gedrag aanwezig is sinds de vroegste jeugd
niet gebonden is aan specifieke situaties
Er is geen sprake van een stoornis als het kind het gedrag is gaan
vertonen na een traumatische ervaring.
Faalangst:
er is sprake van faalangst indien een kind als gevolg van zenuwen
duidelijk anders presteert dan op basis van capaciteiten verwacht
wordt.
Positieve faalangst bij concentratie verhoging
Negatieve faalangst bij concentratie verlaging andere mensen.
Stappen in de opbouw van een behandelingsstrategie voor angst en
agressief gedrag
Een duidelijke identificatie van de variabelen, die kinderen in risico
situaties brengen.
-
Kijken naar de opvoedingssituatie.
-
Vorm van agressieve gedragingen.
-
Sociale verwerping van leeftijdsgenoten en omgeving.
Identificatie van processen die hebben geleid tot de risicovolle
situatie.
Behandeling van angsten (algemeen)
Leren omgaan met de stoornis
Angstbestrijding
Omgaan met leeftijdsgenootjes
Gedragstherapie
Zelfbeeld versterken
Cognities leren hanteren
Eigen rol leren relativeren
Assertiviteitstraining
Leren via realiteitstoetsing
Behandeling van sociale angst
medicatie; psychofarmaca worden niet veel gebruikt vanwege de
bijwerkingen en verslavende factor (arts, psychiater)
gedragstherapie; systematische desentisatie (fobieën). Hierbij leert een
kind dat sociale situaties geen angst behoeven in te boezemen. De
situaties worden stap voor stap van angst componenten ontdaan.
cognitieve gedragstherapie; de R.E.T.-methode (Rationele Emotieve
Therapie). De eigen gedachten over de situatie worden versterkt.
Assertiviteit training.
Sociale vaardigheids training. Via modeling (je staat zelf als therapeut
model) worden sociale vaardigheden bijgebracht.
Behandeling van faalangst
De didactische benadering.
Het opbouwen van een reëel beeld van de bekwaamheid van een kind. Na
uitleg van leerstof, mogelijkheden tot oefening geven, voordat er
getoetst wordt. Duidelijk de taakaspecten, doel, voorkennis en
oplossingsweg controleren. Er voor zorgen dat de attributies (de redenen
waaraan je succes toeschrijft) van het kind afgestemd zijn op de
situaties. Interne stabiele attributies zijn belangrijk.
De pedagogische benadering.
Het kind moet het gevoel krijgen, dat hij ongeacht de prestaties de
moeite waard is. Begeleiding van de thuissituatie is van belang.
Te grote faalangst.
Behandeling via een RIAGG.
School: faalangstreductie training.
Prestatiemotivatie en Faalangst
Een optimale prestatiemotivatie ontstaat, bij een combinatie van hoge
prestatiemotivatie en lage faalangst.
Een actief faalangstige motivatie ontstaat bij een combinatie van hoge
prestatiemotivatie en hoge faalangst.
Een passief faalangstige motivatie ontstaat bij een combinatie van lage
prestatiemotivatie en hoge faalangst.
De apathische motivatie ontstaat bij een combinatie van lage
prestatiemotivatie en lage faalangst.
-
Kijken naar hechtingsgedrag.
-
Disciplinering.
-
Sociale vaardigheid.
Vaststellen welke interventie is nodig om de gedragsproblematiek op te
lossen.
-
Relatie met het kind te verbeteren. (modeling)
-
Ondersteuning van de disciplinering. (beloningssysteem,
gedragscontract)
-
Sociale vaardigheden aanleren.
Vaststellen wat de effecten van de interventie teweegbrengt.
-
Observatie.
-
Navragen.
Vaststellen of het risico voor het kind op gedragsproblemen verminderd
is.
-
Longitudinaal onderzoek. (Tijdens het leven van het kind meetpunten
aanbrengen)
Behandeling (volgens Delfos)
Medicatie
Het stimuleren van de ik-ander differentiatie, via verwoorden van
gedachten en gevoelens kan de ik-ander differentiatie worden ontwikkeld.
Sport en spel zijn hierbij belangrijke middelen.
Het omgaan met anderen in sociale situaties. (Sociale
vaardigheidstraining)
Gedragscontracten opstellen.
Oefenen in empathie.
Leren omgaan met leeftijdsgenoten.
Stimuleren van de morele ontwikkeling.
Preventie van de toestand van verlaagd bewustzijn waarin verveling
optreedt.
Structuur op basis van binding.
Agressie bestrijding.
Stimuleren om gedachten en gevoelens onder woorden te brengen.
Aanbieden van Ego-hulp.
Als de symptomen het gevolg zijn van een gedragsprobleem. D.w.z. dat de
problemen terug te herleiden zijn tot problemen in de psychologische- of
pedagogische relatie, dan is het belangrijk om de omgevingsfactor vast
te stellen, dus wat is er met de omgeving van het kind aan de hand,
waarna hulp aangeboden kan worden.
Behandeling van ADHD
Medicatie tegen hyperactiviteit en afleidbaarheid (arts)
Gedragsregulatie:Gedragstherapie, Gedragscontract en structuur.
-
Orde, regelmaat, eenvoudige gedragsregels, vaste routines.
-
Vluchtruimte, waar ze tot rust kunnen komen.
-
Stop, denk, doe methode.
-
R.E.T. methode Rationeel Emotieve Therapie.
Omgang met leeftijdsgenoten.
-
Sociale vaardigheidstraining.
Voorlichting en hulp aan ouders.
-
Eis een minimum aan respect.
-
Liefdevolle aandacht.
-
Ruimte om uit te razen.
-
Duidelijk positieve aanmoedigende consequenties bij gewenst gedrag
en negatieve consequenties bij ongewenst gedrag.
-
Verwacht geen onmiddellijk resultaat.
Hulpnetwerk rond het gezin.
-
De ouders moeten goed voor zichzelf zorgen en de relatie met de
eigen partner.
HOME (www.orthopedagogiek.com) |