|
"Eigenlijk
klopt het niet".. zegt drs. Michel Ekkebus, psycholoog en directeur
van het Regionaal Instituut voor Dyslexie in Arnhem. "Krijgt iemand
een hersenaandoening na een val van een barkruk, dan wordt de
behandeling vergoed door de ziektekostenverzekeraar. Waarom dan geen
vergoeding voor mensen bij wie het lezen en schrijven niet is
ontwikkeld?"
Michel
Ekkebus doet onderzoek naar de hersenactiviteit van dyslectici en
niet-dyslectici. Hij doet dat samen met neuropsycholoog Fred Hasselman
(Katholieke Universiteit Nijmegen) en het Instituut voor Neuroradiologie
van het Radboud Ziekenhuis. De ontdekte verschillen in hersenactiviteit
kunnen mogelijk leiden tot nieuwe opvattingen over dyslexie en nieuwe
behandelingen. "Kun je op dyslexie een medisch etiketje plakken,
dan worden de kosten van opsporing en behandeling misschien eerder
vergoed."
Beide
onderzoekers waren te gast op de jaarlijkse algemene ledenvergadering
van 'Woortblind' in Utrecht (23 januari). Ze hielden daar een lezing
over onderzoek, behandeling en hersenactivatie bij mensen met dyslexie.
Voor wie de ledenvergadering heeft gemist volgt hier een samenvatting
van deze duo-lezing, die tot vele vragen en reacties in de zaal leidde.
Michel
Ekkebus gaf een kort overzicht van de veranderde opvattingen over
dyslexie. "Lang is gedacht dat dyslexie een visueel probleem was.
Ook motorische problemen zijn wel als oorzaak genoemd. Nog steeds zien
we mensen die jarenlang behandeld zijn door een fysiotherapeut, maar bij
wie het lezen en schrijven niet verbeterd is. Ik zeg niet dat je
motorische problemen niet moet behandelen. Maar je kunt niet spreken van
oorzaak-gevolg. Er zijn evenveel dyslectici als niet-dyslectici die
motorische problemen hebben."
Eind
jaren zeventig werd dyslexie voor het eerst gezien als een
klankinformatieverwerkingsprobleem, en niet als een visueel probleem. In
dezelfde periode werd een neurologische basis gevonden door sectie op de
hersenen van vier overleden mensen met woordblindheid.
Michel
Ekkebus: "Tot nu toe was er echter geen onderzoek waarin antwoord
werd gegeven op de vraag: 'Wat gebeurt er in de hersenen van dyslectici
als ze klanken moeten verwerken en hoe en waar vindt die activatie
plaats?' Er zijn verschillen in anatomie gevonden, er worden verschillen
gevonden bij taalpsychologisch onderzoek, maar die verschillen moeten
ergens vandaan komen. Dat hebben wij nu onderzocht met functioneel
MRI-onderzoek. Het is natuurlijk vreemd dat ieder kind leert lezen en
schrijven, en dat dit bij sommigen - zo'n 5% - niet automatisch gaat.
Wij denken dat we met dit onderzoek wat hebben kunnen doen voor de
dyslecticus in Nederland.'
Fred
Hasselman, verbonden aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en het
Regionaal Instituut voor Dyslexie: "Voor dit onderzoek naar de
hersenactiviteit van dyslectici en niet-dyslectici is gebruikt gemaakt
van functionele MRI (Magnetic Resonance Image). Met deze techniek wordt
weefsel heel licht magnetisch gemaakt, zodat je de plaats van bepaalde
hersenactiviteit goed kunt zien.
Hoe
meet je nu die hersenactivatie? Je kunt mensen laten lezen en intussen
met de scan de toename van zuurstof in het bloed meten. Neuronen die
actief zijn hebben meer zuurstof nodig dan neuronen die niet actief
zijn. Deze techniek heeft voordelen boven een EEG of een PET-scan; met
een MRI-scan kunnen we heel goed lokaliseren waar een bepaalde
activiteit heeft gezeten.'
Het
koppelen van klanken aan tekens, aan letters, vindt plaats in het deel
van de hersenen dat de pariëtale schors wordt genoemd. Dit koppelen
noemen we ook wel het Fonologische proces of het fonologisch decoderen.
Treedt er een beschadiging op in de parietale schors, dan is er sprake
van verworven dyslexie. Bij het onderzoek moesten de proefpersonen (twee
groepen rechtshandige militairen) twee taken uitvoeren. De ene taak
bestond uit het opsporen van een ‘wybertje' in een reeks tekens. Wat
bleek? Met tekens die - in tegenstelling tot letters - geen betekenis
hebben, hebben dyslectische mensen evenveel of even weinig moeite als
niet-dyslectici.
Fred
Hasselman: "Bij de tweede taak kwam er, door het aanbieden van
letters, klankinformatie bij. De proefpersonen moesten nu dus
fonologisch decoderen. We hebben voor dit deel van het onderzoek
non-woorden gebruikt, woorden zonder betekenis. De proefpersonen kregen
de taak om daarin de lange aa-klank op te sporen. Dat werd een heel
ander verhaal dan bij het aanbieden van tekens. In de kortste
aanbiedingstijd van die non-woorden scoorde 45% van de dyslectici fout,
tegen 22% van de niet-dyslectici. Dyslectici en niet-dyslectici reageren
even snel op tekens. Maar bij het opsporen van de lange aa in een woord
als ‘tanhan' doen de dyslectici het vaker fout en zijn ze bovendien
een stuk trager."
Welke
verschillen in hersenactiviteit liet de MRI-scan zien? Bij de dyslectici
zag men helemaal geen activiteit in het pariëtale gebied; bij de
niet-dyslectici wél. In het frontale gebied is dit precies omgekeerd:
veel activiteit bij de dyslectici, geen activiteit bij de andere groep
(niet-dyslectische) proefpersonen. Het pariëtale gebied is het gebied
in de hersenen waar het fonologisch decoderen plaatsvindt. Het frontale
gebied heeft te maken met aandacht, nadenken en energie. Fred Hasselman:
"Hoe moet je dit nu interpreteren? Bij niet-dyslectici is het
klankverwerkingsproces volkomen geautomatiseerd: er is geen aandacht
voor nodig om die taak uit te voeren. Dat konden we al opmaken uit het
aantal fouten, maar je kunt het dus ook zien aan de hersenactiviteit.
Bij dyslectici verloopt dat proces niet automatisch; wél is er bij hen
veel frontale-hersenactiviteit. De dyslectische proefpersonen besteedden
dus veel aandacht en energie aan de taak, maar dat had geen resultaat -
simpelweg omdat het te moeilijk was. Door de korte aanbiedingstijd
konden mensen niet lang genoeg naar de woorden kijken: ze moesten maar
gokken, of een foute beslissing nemen.
De
uitslag van dit onderzoek zou gebruikt kunnen worden om nieuwe
behandelingen, misschien preventieve behandelingen, te ontwikkelen. De
schoen wringt bij de automatisering van de letter-klank-koppeling. Dóór
zou de behandeling dan ook op afgestemd moeten worden."
Tekst:
Cora de Vos Vereniging Woordblind
Balansbelang
maart 1999
|