|
| |
Asperger syndroom
Asperger's Disorder of Asperger's Syndroom is een mildere
variant van Autisme.
Zowel Asperger's Disorder als Autistic Disorder zijn in feite
sub-groepen van een grotere diagnostische categorie, die Autistisch Spectrum
Disorder of Pervasive Developmental Disorders (PDD) wordt genoemd.
Asperger's Syndrome wordt gekenmerkt door ernstige en aanhoudende aantasting van
het vermogen tot sociale interactie, ontwikkeling van beperkte en herhalende
gedragspatronen, interesses en activiteiten. Deze aantasting heeft tot resultaat
een beperking van sociale, beroeps- en andere belangrijke
functioneringsgebieden.
In tegenstelling tot wat algemeen autisme genoemd wordt, zijn er geen klinisch
significante vertragingen in taal, cognitie- of zelfredzaamheidsvaardigheden, of
in aanpassingsgedrag afgezien van het aspect van sociale interactie.
Individuen met AS kunnen een scala van karakteristieken
vertonen, en de aandoening kan varieren van mild tot ernstig. Personen met AS
hebben moeite met veranderingen, en geven de voorkeur aan gelijkblijvendheid.
Zij vertonen vaak obsessieve routines en kunnen gepreoccupeerd zijn door een
bepaald onderwerp of interesse. Zij hebben grote moeite nonverbale aanduidingen
(lichaamstaal) op te vangen en dikwijls hebben individuen met AS moeite een
goede sociale afstand te bepalen.
Omdat hij/zij vaak overgevoelig is voor geluiden, smaken, geuren en
gezichtsindrukken kan de persoon met AS vaak de voorkeur geven aan zachte
kledingstoffen en bepaalde voedingsstoffen, en worden afgestoten door geluiden
en lichtindrukken die niemand anders lijkt waar te nemen.
Het is belangrijk zich te realiseren dat de persoon met AS de wereld totaal
anders ervaart. Daarom zijn veel gedragingen die vreemd of ongewoon lijken, het
gevolg van deze neurologische verschillen en niet het gevolg van bewuste botheid
of slecht gedrag, en al helemaal niet het gevolg van 'slechte opvoeding'.
(Barbara Kirby)
Stoornis van Asperger:
A. Kwalitatieve beperkingen in de sociale interactie, zoals blijkt uit ten
minste twee van de volgende:
- duidelijke stoornissen in het gebruik van veelvoudig
non-verbaal gedrag
zoals oogcontact, gelaatsuitdrukking, lichaamshoudingen en gebaren om de
sociale interactie te bepalen
- er niet in slagen met leeftijdgenoten tot bij het
ontwikkelingsniveau
passende relaties te komen
- tekort in het spontaan proberen met anderen plezier,
bezigheden of
prestaties te delen (bijvoorbeeld het niet laten zien, brengen of aanwijzen
van voorwerpen die van betekenis zijn)
- afwezigheid van sociale of emotionele wederkerigheid
B.
Beperkte, zich herhalende en stereotiepe patronen van gedrag,
belangstelling en activiteiten, zoals blijkt uit ten minste een van de
volgende:
- sterke preoccupatie met een of meer stereotiepe en
beperkte patronen van
belangstelling die abnormaal is in ofwel intensiteit of aandachtspunt
- duidelijk rigide vastzitten aan specifieke
niet-functionele routines of
rituelen
- stereotiepe en zich herhalende motorische maniërismen
(bijvoorbeeld
fladderen of draaien met de hand of vingers of complexe bewegingen met het
hele lichaam)
- aanhoudende preoccupatie met delen van voorwerpen
C.
De stoornis veroorzaakt in significante mate beperkingen in het sociaal
of beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke
terreinen
D. Er is geen significante algemene achterstand in taalontwikkeling
(bijvoorbeeld het gebruik van enkele woorden op de leeftijd van twee jaar,
communicatieve zinnen op de leeftijd van drie jaar.
E. Er is geen significante achterstand in de cognitieve ontwikkeling of in
de ontwikkeling van bij de leeftijd passende vaardigheden om zichzelf te
helpen, gedragsmatig aan te passen (anders dan binnen sociale interacties)
en nieuwsgierigheid over de omgeving
F. Er is niet voldaan aan de criteria van een andere specifieke pervasieve
ontwikkelingsstoornis of schizofrenie.
Het
Asperger Syndroom
Het Asperger Syndroom is een
aan autisme aanverwante stoornis, welke voor het eerst in 1944 door Hans
Asperger, een Oostenrijkse pediater is beschreven.
Dr. Hans Asperger was hoogleraar en pediater aan de Universiteit van Wenen
en leidde daar een afdeling voor "Heilpädagogiek". Hier kreeg hij
kinderen te behandelen die moeilijk waren in de opvoeding. Vaak kwamen deze bij
hem toen zij ongeveer 7 tot 12 jaar oud waren en werden verwezen door de
huisarts of leraren, soms door radeloze ouders zelf.
In zijn proefschrift Die Autistischen Psychopathen im Kindesalter (Asperger,
1944) beschreef hij een groep kinderen, die hem in het bijzonder opvielen.
- Zij toonden ernstige tekorten in socialisatie,
voorstellingsvermogen en bovenal communicatie.
- Hun taalgebruik was meestal wel grammaticaal correct,
maar het deed vaak vreemd aan; soms wat pedant of maniëristisch.
- Een goed gevoel voor grapjes hadden deze kinderen
nauwelijks, alleen als ze vaak herhaald werden wisten ze dat het een grap
moest zijn.
- Balsporten, fietsen, de veters strikken en netjes
eten waren vaardigheden die zij slechts moeizaam of niet verwierven.
- In hun communicatief gebruik van de taal ging steeds
iets mis, net steeds niet sociaal adequaat. Alsof ze net een andere taal
spraken.
- Aan de andere kant vond Asperger bij deze jongens
(meestal jongens) uitzonderlijke gaven, die boven hun gemiddelde
capaciteiten ver uitgingen. Sommigen wisten alles over kikkers, anderen
kenden het tramnet van Wenen uit hun hoofd. Maar: deze feiten hadden in
wezen geen zinvolle relatie met het leven; ze waren als los zand.
Asperger beschreef zijn
syndroom ongeveer tegelijkertijd dat Kanner in Amerika over autisme schreef.
Jarenlang zijn de publikaties van Asperger onopgemerkt gebleven. Het is te
danken aan een nederlandse auteur, van Krevelen, dat het syndroom in de jaren
zestig onder de aandacht van het angelsaksische publiek werd gebracht (van
Krevelen & Kuipers, 1962; van Krevelen, 1963). Desondanks heeft
het vijftien jaar geduurd voordat de stoornis werkelijk in de belangstelling
kwam, dit na een artikel van Lorna Wing (1981). Een en ander heeft uiteindelijk
geleid tot opname in de DSM-IV.
Sedert de opname in de DSM-IV is de vraag of het syndroom van Asperger nu iets
anders is dan high
functioning autisme zeer actueel. Veel auteurs, waaronder Lorna Wing, menen
dat de twee eigenlijk synoniem zijn. Pas de laatste tijd zijn er aanwijzingen,
dat er ook neurobiologische verschillen te vinden zijn en dat de hypothese dat
het Syndroom van Asperger opgevat moet worden als alleen maar een milde vorm van
autisme niet meer houdbaar is (Jessurun, 1997).
Voor deze
beschrijving is o.a. gebruik gemaakt van het volgende artikel:
Verhagen-Redtenbacher, C., &
J.H. Jessurun
(1995), Diagnose: structurele hapering in casu het Asperger-syndroom.
Tijdschrift voor Psychiatrie, 37 (1995) 6, pp. 461-474.
|