|
| |
Beelddenken (Beelddenken staat niet omschreven in de DSM IV. Het is geen
wetenschappelijke term)
Beelddenken is een andere wijze van opnemen, verwerken en weergeven van
informatie; een andere wijze van denken. De beelddenker heeft een voorkeur voor
het ordenen van de wereld met niet-talige middelen. Het denken verloopt via
mentale beelden van situaties en gebeurtenissen, waarin meerdere zaken
tegelijkertijd zichtbaar worden, op elkaar inwerken en een zinvol geheel vormen;
simultaan denken (in één oogopslag).
Beelddenkers hebben meestal een holistische cognitieve stijl, d.w.z. ze zijn
goed in het bepalen van de grote lijnen, het ontdekken van overkoepelende
relaties, het geven van persoonlijk getinte totaalbeschrijvingen van problemen.
Deze wijze van denken heeft voordelen en nadelen.
De voordelen zijn:
- Het snel overzien van
complexe situaties. Het is een snelle manier van denken.
- Beelddenkers zijn goed in
het verwerken van simultaan aangeboden informatie; ze letten op
overeenkomsten en zien snel verbanden.
De nadelen bij deze manier van denken zijn:
- Hetgeen zij snel overzien,
kunnen ze niet snel omzetten in taal. Woordvindings-problemen kunnen
optreden.
- Soms worden te grote
gedachten sprongen gemaakt. Daardoor zijn ze moeilijk te volgen voor anderen.
Als kind hebben ze steun nodig bij het ordenen van ervaringen.
- Ze hebben veel moeite met
het verwerken van seriële informatie (volgorde, tempo/tijd).
- Taal, algoritmen bij rekenen
en voorgeschreven procedures kosten veel moeite en verlopen meestal traag en
vaak onnauwkeurig.
Het gangbare onderwijssysteem berust op denken in woorden en begrippen en het
verwerken van seriële informatie en niet op het verwerken van simultane
informatie.
De leermoeilijkheden die de beelddenker hierdoor ondervindt worden om
bovengenoemde redenen dan ook systeemgerelateerde leermoeilijkheden genoemd (Nel
Ojemann).
Hoe herken je een beelddenker in de groep?
- De beelddenker blijft
meestal wat achter in ontwikkeling, komt jong over
- Het vertellen gebeurt vaak
met veel gebaren, fantasie en werkelijkheid is moeilijk te onderscheiden,
woorden worden verhaspeld, het is geen samenhangend geheel en er kunnen
woordvindingsproblemen zijn
- De informatieverwerking
verloopt traag. De beelddenker heeft moeite met luisteren en zich aan
afspraken en regels houden
- Het oriënteren in de ruimte
is vaak blijvend lastig; motorische vaardigheden als fietsen, zwemmen,
balspelen, schrijven zijn moeilijk te leren
- De leerling maakt vaak lange
tijd een overmaat aan fouten bij volgorde van letters, zinnen en cijfers
- Automatiseringsprocessen,
zoals lezen, tellen, sommen tot 10, tafels, topografie verlopen
i.h.a.moeizaam. Het herhalen van leerstof, extra uitleggen e.d. helpen
weinig
- Beelddenkers zijn soms
behoorlijk koppig. Ze hebben meestal, uit lijfsbehoud, een goed
doorzettingsvermogen
- Ze krijgen vaak op hun kop
vanwege rommeligheid en vergeetachtigheid wat betreft het opruimen van
spullen
- Standjes en grapjes worden
meestal te persoonlijk of te letterlijk opgevat
- Ze staan vaak wat alleen
tussen broertjes / zusjes en andere kinderen
- Het lees-taalproces kenmerkt
zich door onvoldoende leesvorderingen en moeite met hardop technisch lezen;
het stillezen en het leesbegrip is veel beter
- ‘Kleine’ woordjes worden
verwaarloosd, er worden synoniemen gelezen, er is tegenzin in het lezen van
‘grote’ boeken
- Het beginnend lezen verloopt
vaak nog wel redelijk vanwege het visuele karakter ervan
- Er kan een aanmerkelijk
verschil bestaan tussen de taal-leesprestaties en de overige vakken
- (Gebaseerd op
‘woordblindheid en beelddenken van drs.P.C.Ojemann).
Wat kun je doen ter ondersteuning?
Het is allereerst van groot belang er achter te komen hoe de
‘beelddenker’denkt; de wereld ervaart. Dit betekent regelmatig middels
gesprekjes/observatie nagaan hoe de leerling te werk gaat. Dit geeft de
leerkracht informatie over waar het misgaat in het proces / de werkwijze / de
oplossing. Het is dan mogelijk een gerichte aanwijzing te geven die past in het
denkproces en/of de beleving van de leerling.
Verhalen vertellen
- beginnen met het maken van
een tekening, hiermee ordent de leerling het verhaal
- eerst oefenen bij de
leerkracht voordat in de kring verteld wordt
Luisteren/afspraken/regels
- niet meteen reageren
wanneer de leerling de indruk wekt niet te luisteren
- op allerlei manieren erbij
betrekken o.a. vragen waar denk jij aan / wat zou jij doen?
- gebruik maken van
verschillende manieren van aanbieden: auditief, visueel, tactiel, geur,
smaak
- nagaan of de leerling de
juiste informatie heeft meegekregen
- leg het waarom van een
opdracht, een regel of afspraak duidelijk uit; het doel moet duidelijk zijn
voordat de beelddenker gemotiveerd aan een onderdeel kan gaan werken
Uitgaan van het geheel
- zo min mogelijk woorden
gebruiken wanneer een afspraak niet is nagekomen of een regel niet is
gehanteerd; kort aangeven waar het om gaat
Oriëntatie in de ruimte
- ordening aanbrengen in de
gymzaal, helpen bij het vinden en opruimen van spullen of het vinden van het
lokaal van een andere leerkracht
- realiseer dat de leerling
zich bij dit soort zaken erg onzeker en zelfs angstig kan voelen
Lezen/ taal
- de beelddenker ‘ziet’de
volwassene lezen en schrijven en denkt dit binnen korte tijd op dezelfde
wijze te kunnen leren op de basisschool; dit verloopt soms erg
teleurstellend.. Het is daarom belangrijk de beelddenker voor te bereiden op
het leesproces in de tweede helft van groep 2. Een aantal letters, waaronder
2 letters van de eigen naam, aanleren en hiermee oefeningen doen die in
groep 3 ook gedaan worden ( kleuren, kleien, voelen, gebarentaal, stempelen,
benoemen, woorden zoeken, vergelijken/discrimineren).
- komt in groep 3 het
leesproces niet op gang, de leerling een zeer eenvoudig boekje laten lezen,
met veel herhalingen en/of ondersteunende pictogrammen
- bij het letters aanleren zo
veel mogelijk manieren van aanbieden hanteren; de leerling zelf beelden en
woorden laten aandragen bij letters die niet beklijven
- bedenken dat technisch lezen
in een snel tempo geen doelstelling moet zijn
Schrijfmotoriek
- schrijfschriften aanpassen;
minder letters en/of woorden per bladzijde
- niet te snel aan elkaar
laten schrijven
Spelling
- samen met de leerling een
categoriënschrift aanleggen, met zelfgekozen ‘kapstokwoorden’
- zelfstandige naamwoorden
schrift aanleggen voor de ordening in de taal
- lettergrepen lopen
- synoniemen leren
- vrij schrijven
Rekenen
- begrippen aanleren/ vullen,
ook plus en min, erbij/eraf
- getallen kleien; werken aan
vormbewustzijn
- voorbeeldcijfers tot 10 op
tafel
- werken met getallenlijnen
- tafelkaart hanteren (tafel
van Pythagoras)
Wetenswaardigheden
- Het signaleren van
beelddenkers gebeurt o.a. met het materiaal van het wereldspel, en een kort
didactisch onderzoek.
- Cursussen zijn te volgen
bij ‘Bureau Ojemann’, te Groningen.
- Symposia en workshops
worden georganiseerd door de ‘Maria J.Krabbe Stichting’te Assen. Deze
stichting geeft ook een ‘Nieuwsbrief’ uit.
- Stichting Perspectief
verzorgt 3 informatiemiddagen
in het schooljaar en een intervisiemiddag
voor het bespreken van praktische vragen.
- voor meer informatie over
dit onderwerp is er een literatuurlijst
en een aantal links
op deze site. Ook kunt u terecht in het Onderwijs
Informatie Centrum van Stichting Perspectief.
aanbevolen website
http://www.perspectief-dco.nl/leren/begin#begin
|