|
Observatielijst
PDD-NOS
|
|
|
Begeleiding en behandeling PDD-NOS: Natuurlijk
is in eerste instantie een goede diagnostiek van belang. Zie hiervoor
diagnostiek bij autisme. Er kan pas sprake zijn van begeleiding als duidelijk is
wat er aan de hand is. Het gaat er dan vervolgens om dat er zoveel mogelijk
informatie wordt gegeven aan alle betrokkenen. Duidelijk moet hierbij zijn dat
er geen sprake kan zijn van genezing, maar dat een goede inzet van ouders en
kind kan bijdragen aan een positieve ontwikkeling. In welke mate die positieve
ontwikkeling mogelijk is, is mede afhankelijk van de mogelijkheden van het kind.
De
ouders De
ouders moeten uitleg krijgen over het beeld, behorend bij PDD-NOS, maar ook over
hoe een kind met een PDD-NOS zich kan ontwikkelen. Het is ook van belang
informatie te geven over de aanpak in het algemeen. Daarnaast is het belangrijk
met de ouders mee te denken over de aanpak van hun kind.
De
school Bij
begeleiding van school geldt in wezen hetzelfde als voor de ouders, maar
toegespitst op de schoolsituatie. Het is onder andere van belang altijd met
school te bespreken of een kind op school kan blijven. Meegewogen moet worden of
de problemen die het kind met zich meebrengt, op te vangen zijn binnen de
mogelijkheden van de betreffende school. De mogelijkheden van een school met
klassen van 20 leerlingen zijn heel anders dan die van een school met klassen
van 34 leerlingen. Ook kan de individuele belangstelling van een leerkracht voor
bepaalde problematiek of het klimaat op een school van belang zijn om tot de
juiste beslissing te komen. Elke leerkracht en elke school heeft zijn eigen
sterke sterke en zwakke kanten.
Het
kind Als er sprake is van ernstige problematiek, bijvoorbeeld in de vorm van ernstige angsten, dan is natuurlijk directe hulp voor het kind gewenst. In minder ernstige gevallen kan de hulp meestal op een andere manier worden gegeven. Vaakkan het kind via ouders en school geholpen worden. Hulp aan het kind zelf wordt beter mogelijk naarmate de intelligentie hoger is en naarmate het kind ouder is. De hulp die aan het kind geboden kan worden, bestaat uit:
Behandeling
op school Inleiding. Bij
elke schoolplaatsing is de aanwezigheid van deskundigheid op het gebied van
autisme van groot belang. Het is niet zozeer het schooltype dat bepalend is voor
de ontwikkeling van het kind, als wel de wijze waarop men, met erg veel inzet de
juiste aanpak tracht te vinden. De wijze waarop leerkrachten met kinderen
omgaan, de sfeer, die de klas uitstraalt en de ontwikkelings mogelijkheden, die
worden geboden. Onderling vertrouwen en het wederzijds aanvaarden van toegepaste
maatregelen m.b.t. het kind zijn belangrijk. Contact tussen ouders en
schoolleiding, een goed handelingsplan, gerichte observatie. De
behoefte om alles hetzelfde te houden is groot. Men moet heel langzaam
veranderingen invoeren en plannen wijzigen. Omdat autistische kinderen zich zo
vasthouden aan details zonder er de betekenis van te begrijpen kunnen ze erg in
paniek raken als er een detail in de omgeving verandert. Breng stapsgewijs
veranderingen aan.Zorg dat structuur een vertrekpunt is en geen doel op
zich.Corrigeer bij crisissituaties en probeer deze zoveel mogelijk voor te
zijn door het autistische kind voor te bereiden. Behandeling
kan bestaan uit:
Structuur
Beloning
Goede
beloningen zijn:
Fasen
van belonen:
Toekomst van het kind met PDD-NOS In
het algemeen is het moeilijk te voorspellen hoe een kind met PDD-NOS zich zal
ontwikkelen. Er is een aantal factoren te noemen die
bijdragen aan een gunstige ontwikkeling. Dit zijn een goede intelligentie, het
feit dat de verschijnselen vooral thuis voorkomen, de afwezigheid van ernstige
denkstoornissen en een goede taalontwikkeling. Er zijn zeker kinderen met een
PDD-NOS waar zich een ongunstige ontwikkeling voordoet. Hierbij wordt bedoeld dat ze op
latere leeftijd psychiatrische verschijnselen vertonen als sociale
onaangepastheid, depressiviteit en psychotische stoornissen. Naarmate er minder
van bovengenoemde gunstige factoren aanwezig zijn, wordt de kans op een slechte
prognose groter. Er is nog niet echt onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van
kinderen met een PDD-NOS, en met name hoe ze als volwassenen functioneren.
De
indruk bestaat echter, dat de meerderheid van hen een gewoon zelfstandig bestaan
leidt. Vroege
onderkenning is hierbij van groot belang. Ten eerste omdat het kind begeleid kan
worden in het omgaan met zijn informatieverwerkingsstoornis. Ten tweede omdat
aan de omgeving uitgelegd kan worden wat er aan de hand is. Dit is van wezenlijk
belang voor de omgang tussen ouders en kind, maar ook voor die tussen anderen en
het kind. Naarmate de omgeving beter begrijpt wat er met het kind aan de hand
is, zal men beter op de problemen in kunnen spelen en beter kunnen accepteren
dat het kind soms nu eenmaal dingen doet die je liever niet zou zien. Dit
inzicht helpt de eigenwaarde van het kind, maar ook van de ouders, te
versterken. Hoe vroeger wordt ontdekt wat het probleem bij het kind is, hoe
eerder er gewerkt kan worden aan het vergroten van de weerbaarheid van het kind.
Uiteindelijk moet een persoon met een PDD-NOS, net als ieder ander, een
evenwicht kunnen vinden tussen zijn eigen mogelijkheden en de eisen van de
maatschappij .
Literatuurbron:
Kinderen met een contactstoornis, Pearson Testpublisher, 1998 |
|
Send mail to
jpm.voets@orthopedagogiek.com with questions or comments about this
web site.
|