Borderline
persoonlijkheidsstoornis Volgens
DSM-IV criteria
Een diepgaand patroon van instabiliteit in intermenselijke relaties,
zelfbeeld en affecten en van duidelijke impulsiviteit, beginnend in de
vroege volwassenheid en tot uiting komend in diverse situaties zoals
blijkt uit vijf (of meer) van de volgende:
1. krampachtig proberen te voorkomen om feitelijk of vermeend in de
steek gelaten te worden. N.B. Reken hier niet het suïcidale of
automutilerend gedrag toe, aangegeven in criterium 5.
2. een patroon van instabiele en intense
intermenselijke relaties gekenmerkt door wisselingen tussen overmatig
idealiseren en kleineren
3. identiteitsstoornis: duidelijk en aanhoudend
instabiel zelfbeeld of zelfgevoel
4. impulsiviteit op ten minste twee gebieden die in
potentie betrokkene zelf kunnen schaden (bijvoorbeeld geld verkwisten,
sex, misbruik van middelen, roekeloos autorijden, vreetbuien). N.B.
Reken hier niet het suïcidale of automutilerend gedrag toe, aagegeven in
criterium 5.
5. recidiverende suïcidale gedragingen, gestes of
dreigingen, of automutilatie
6. affectlabiliteit als gevolg van duidelijke
reactiviteit van de stemming (bijvoorbeeld periodes van intense
somberheid, prikkelbaarheid of angst meestal enkele uren durend en
slechts zelden langer dan een paar dagen)
7. chronisch gevoel van leegte
8. inadequate, intense woede of moeite kwaadheid te
beheersen (bijvoorbeeld frequente driftbuien, aanhoudende woede of
herhaaldelijke vechtpartijen)
9. voorbijgaande, aan stress gebonden paranoïde ideeën
of ernstige
dissociatieve verschijnselen
In begrijpelijke
taal:
Volgens de
DSM-IV
heeft iemand met een borderline persoonlijkheidsstoornis vijf of meer
van de volgende kenmerken:
(het
hiernavolgende lijstje is overgenomen van het Trimbos-instituut, dat het
in begrijpelijke taal heeft geformuleerd.)
-
Ze proberen krampachtig te voorkomen dat iemand
ze in de steek laat. En alleen maar denken dat ze in
de steek gelaten worden, is al genoeg om krampachtig te proberen dat
te voorkomen.
-
Ze hebben intense relaties met anderen, maar die
zijn ook heel instabiel. Ze denken heel zwart-wit over hun relaties:
of iemand is geweldig of hij is waardeloos.
-
Ze hebben steeds een ander beeld of gevoel van
zichzelf. Dat wisselt sterk.
-
Ze zijn impulsief. Dat heeft negatieve gevolgen
voor henzelf op minstens twee gebieden: geldverspilling, veel
wisselende seksuele contacten, misbruik van alcohol en drugs,
roekeloos rijden, vreetbuien.
-
Ze doen pogingen tot zelfdoding, dreigen daarmee,
of verwonden zichzelf.
-
Ze hebben sterk wisselende stemmingen als reactie
op gebeurtenissen. Dit geeft periodes van grote somberheid,
prikkelbaarheid of angst. Dit duurt meestal enkele uren, en bijna
nooit langer dan een paar dagen.
-
Ze hebben een blijvend gevoel van leegte.
-
Ze hebben last van intense woede, die niet past
in de situatie en de situatie ook niet oplost. Of ze hebben moeite
hun boosheid te beheersen. Ze hebben dan ook driftbuien, blijvende
woede, of hebben geregeld vechtpartijen.
-
Ze hebben paranoïde ideeën. Dit is het idee
achtervolgd of bedreigd te worden. Die ideeën komen in
stresssituaties. De ideeën gaan ook weer voorbij. Of ze dissociëren
ernstig. Dan hebben ze het gevoel er niet meer bij te zijn en als
het ware weg te raken. Soms weten ze dan niet meer precies wat er
gebeurd is.
 |
Mocht u meer willen weten over hoe de
menselijke geest werkt, dan raden wij aan om het boek:
Fact-grafiek,
blauwdruk van de menselijke geest, te lezen. Dit werk laat u
de oorzaken, de knelpunten en de wegen naar eventuele
oplossingen van (uw) psychologische problemen zien. Het is een
semi-wetenschappelijk werk, maar is op een manier geschreven dat
het ook voor de leek zeer leesbaar en toegankelijk is. Te mooi
om waar te zijn? Leest u een stukje uit het
voorwoord,
geschreven door Prof.dr. J.C.M. Willems.
Bron:
http://www.syntyche.nl/ |