DCD (Developmental
coördination disorder) of dyspraxie
Stoornis in
de planning en coördinatie van lichaamshouding en beweging.
Kenmerken
-
Houterigheid.
-
Gestoorde
fijne motoriek.
-
Slecht
handschrift.
-
Spraak-
en taal problemen.
-
Sociale
emotionele problemen
-
Terugtrekken uit sociale situaties.
-
Faalangst.
-
Neiging
tot introversie of juist agressief, clownesk gedrag.
-
Lage
zelfwaardering.
Dyspraxie
staat ook wel bekend als of wordt genoemd onder: " Developmental
Coördination Disorder (DCD)" of sensorische integratie problemen. En
in het buitenland ook als 'clumsy child syndrome', 'the hidden
handicap' en 'motor learning problems'.
Dyspraxie
ONTWIKKELINGSDYSPRAXIE
(ofwel Developmental Dyspraxia, Developmental Co-ordination Disorder,
DCD, Sensory Motor Disorder, Sensory Integration Dysfunction, Perceptuo
Motor Difficulty, Clumsy Child Syndrome, Damp)
Definitie:
Dyspraxie is een stoornis bij het correct verwerken van
informatie. Dit leidt tot moeilijkheden bij de motoriek en motorische
vaardigheden. Bijvoorbeeld bij het uitvoeren van een taak waarvoor
oefening nodig is of bij acties die niet in de hersens zijn
geprogrammeerd. Zuigen en wandelen zijn voorbeelden van geprogrammeerde
acties. Het schillen van een sinaasappel, het aantrekken van een jas en
het papiertje van een snoepje halen zijn dat niet. Vaak gaat dyspraxie
samen met problemen met de spraak, taal, waarnemen, denken en gevoelige
tastzin. Verondersteld wordt dat dyspraxie veroorzaakt wordt door
onvolgroeidheid of vertraging in de ontwikkeling van neuronen en bij
ongeveer 2% van de bevolking zichtbaar is.
(De
wereldgezondheidsorganisatie spreekt in hun 'Diagnostic and
Statistics Manual-IV' over 6% van alle kinderen), in variërende mate
van handicap. 70% van hen is man.
Dyspraxie is een
onzichtbare handicap. Dit is zowel een voordeel als een nadeel.Sommigen
schatten het aandeel op 10%.
Dyspraxie is een
onrijpheid van de hersenen. met als gevolg dat boodschappen niet
goed aan het lichaam worden doorgegegeven.
Waarom zoveel namen voor één aandoening?
In het verleden is dyspraxie ook aangeduid als MBD (minimal brain
dysfunction, minimal brain damage). Het niet eenvoudig om de diagnose 'ontwikkelingsdyspraxie'
te stellen. Sommigen vertonen alle symptomen, maar hebben geen
moeilijkheden met hun motoriek. Elk kind/volwassene is verschillend en
zal een combinatie hebben van verschillende vaardigheden en beperkingen.
Een uitgebreide test is altijd nodig. De navolgende informatie geeft
hopelijk meer uitleg bij de problemen die mensen met
ontwikkelingsdyspraxie tegenkomen.
De symptomen
Mensen met dyspraxie vertonen sommige van de volgende symptomen, anderen
hebben een niet specifieke coördinatie stoornis (Developmental
Coordination Disorder, DCD) en hebben ook een aantal kenmerken, maar
geen problemen met de motoriek. Weinig mensen vertonen alle symptomen of
beperkingen.
Een aantal van de problemen die
veroorzaakt worden door dyspraxie zijn
Symptomen:
Planning, Organiseren en ordenen, Fijne motoriek, Grove motoriek,
Ruimtelijk bewustzijn, Bewustzijn van het eigen lichaam, Gevoelige
tastzin, Concentratie, Aandachtsproblemen, Emoties, Gedrag, Fobieën en
angsten, Spraak en taal, Waarneming, Slechte oog-handcoördinatie,
Leerproblemen, Handschrift, Geheugen
-
Planning
Het onvermogen om taken te plannen en uit te voeren. Elke nieuwe
taak moet worden geleerd en herhaald tot het een automatisme is
(automatiseren).
-
Organiseren en ordenen
Problemen met de volgorde. Wat is het eerst, wat in het midden en
wat het laatst? Gedachten moeten georganiseerd worden tot acties en
daardoor zijn er ook problemen met het uitvoeren van taken. Wat trek
je bij het aankleden bijvoorbeeld als eerste aan? Het probleem
treedt ook op bij het vertellen van een verhaal, waarbij begin,
midden en einde verward worden.
-
Fijne motoriek
Problemen met schrijven, tekenen, spelen met lego, het maken van
legpuzzels, schoenen vastmaken, weinig houvast hebben.
-
Grove motoriek
Fietsen, het gooien en vangen van een bal, huppelen of het in een
rechte lijn lopen zijn voorbeelden van problemen met de grove
motoriek. Vaak hebben ze laat leren lopen en hebben ze als baby niet
gekropen. Het evenwichtsgevoel is niet optimaal. Ook kunnen ze te
angstig of juist gevaarlijk genoeg niet angstig zijn, bijvoorbeeld
voor hoogtes.
-
Ruimtelijk bewustzijn
Dit betreft een beperking in het besef waar je je bevind in de
relatie tot je omgeving: waar is de deur, hoe ver is een aankomende
auto? Een kind met een beperkt ruimtelijk bewustzijn wil altijd
vooraan of achteraan staan, maar nooit in het midden. In het midden
'verdwaalt' het, weet het niet waar het is. Sommigen slaan van zich
af als iemand te dichtbij komt.
-
Bewustzijn van het eigen lichaam
Het gebrek aan bewustzijn van de verschillende lichaamsdelen of dat
het lichaam twee kanten heeft. Een jong kind dat een tekening van
een persoon maakt, plaatst alle ledematen en gezichtskenmerken, maar
niet in perspectief. Pas als ze kijken weten ze waar ze zijn
aangeraakt, ze zijn langzaam bij het leren van namen van de
verschillende lichaamsdelen. Het ontbreken van het besef dat het
lijf twee kanten heeft vertaalt zich naar het late keuze van de
dominante hand, moeilijkheden met schrijven etc.
-
Gevoelige tastzin
De wereld draait om voelen. Kinderen leren door voelen om vormen en
weefsels enz. te herkennen. Problemen met de tastzin uiten zich op
veel manieren. Een lichte aanraking wordt als pijnlijk afgeweerd, en
harde, ruwe aanrakingen zijn welkom. Nagels knippen, haar borstelen,
pleisters en de douche zijn pijnlijk. Dergelijke problemen leiden
tot moeilijkheden in de klas. De aanwezigheid in een menigte kan
beangstigend zijn, kleren zijn oncomfortabel en veroorzaken onrustig
gedrag. Het kind kan vernielzuchtig zijn. Dezelfde problemen kunnen
ook het eetgedrag beïnvloeden, omdat sommigen bepaalde
voedselstructuren vermijden of verlangen naar pittig gekruid eten.
-
Concentratie
Sommige kinderen kunnen zich maar kort concentreren. Met het groter
groeien wordt deze tijd wel langer. Sommigen kunnen zich maar enkele
minuten concentreren, terwijl anderen dit een uur volhouden. Om het
beste uit een kind te halen moet elke inspanning zich beperken
binnen die tijdsduur. Daarna moet er minder worden verwacht.
-
Aandachtproblemen
Velen zoeken aandacht. Ze verlangen naar aandacht als 'moeder' aan
de telefoon zit of naar de nieuwe baby kijkt. Bij sommigen is het
moeilijk om hun aandacht te trekken, of andere gaan te veel op in
wat ze doen. Problemen op het gebied van aandacht kunnen verband
hebben met het gebrekkige waarnemingsvermogen van het kind. Het
reageert op alle visuele en auditieve prikkels en kan niet deze niet
onderscheiden. Als er te veel problemen met de aandacht zijn dan is
een test nodig om oorzaken als ADD of ADHD uit te sluiten. Soms
wordt foutief verondersteld dat er sprake is van ADHD terwijl
dyspraxie of DCD de echte oorzaak van de aandachtsproblemen is.
-
Emoties
Vaak zijn kinderen met dyspraxie onvolwassen en worden emoties
overdreven. Deze kinderen vergeven niet snel en zijn vaak
wispelturig. Sommigen zijn vaak overdreven liefhebbend, sommigen
kunnen een intense hekel aan je hebben na een slecht bevallen eerste
kennismaking.
-
Gedrag
Het gedrag is ook onvolwassen. Sommigen weten niet welk gedrag van
ze wordt verwacht, of misdragen zich door problemen met tijd, de
tastzin of het ruimtelijke bewustzijn. Een kind dat onzeker is waar
hij is, kan snel geïrriteerd raken als anderen te dichtbij komen.
Anderen zoeken vergelding lang nadat er iets vervelends gebeurd is.
Soms is het gedrag te wijten aan frustratie. Een kind dat een dag
hard gewerkt heeft zonder dat er goed werk is geleverd en dat heeft
moeten zwoegen om de leeftijdsgenoten bij te houden komt thuis met
driftbuien of lijkt onredelijk. Ouders staan hun kinderen het meest
nabij ondergaan vaak scheldpartijen of zelfs slaan. Deze kinderen
doen alleen anderen zeer als zij zich op hun gemak voelen en
veranderen in het onrijpe, gefrustreerde kind in huis. Sommige
kinderen willen niet genegeerd worden en worden de clown van de
klas.
-
Fobieën en obsessies
Velen hebben last van fobieën en obsessies. Sommigen zijn relatief
logisch, zoals angst voor bepaalde harde geluiden zoals ballonnen,
treinstations. Of ze zijn bang om alleen te zijn, doordat ze een
gebrekkig waarnemingsvermogen hebben. Sommigen houden niet van
veranderingen in routines of zelfs niet van veranderingen van de
opstelling van meubels.
-
Spraak en taal
Spraak wordt soms langzaam aangeleerd, sommige klanken moeten worden
aangeleerd omdat er een gebrek aan coördinatie van de mondbewegingen
is (verbale ontwikkelingsdyspraxie) Sommigen hebben geen besef van
volume, en schreeuwen. Er is een neiging tot het enkele keren
herhalen van wat al is gezegd omdat woorden worden verhaspeld.
Ontastbare woorden als op/onder/in/over worden soms laat begrepen,
net als gevoelens en emoties. Vaak hadden deze kinderen eerdere
eetproblemen en/of kwijlden heel erg. Sommigen hebben een lijmoor
gehad.
-
Waarneming
Hoe nemen we de wereld om ons heen waar, grootte, snelheid, vorm,
kleur en tijd? We weten op het gehoor waar een vliegtuig in de lucht
zit door het geluid. We leren begrippen als morgen, middag en avond
eerder door tijdsbesef dan door klokkijken. Jonge kinderen zijn zich
vaak niet bewust van ochtend en avond, en leren de dagen van de week
maar langzaam. Tieners kunnen de maanden van het jaar niet opzeggen.
Weten hoe laat het is, is een andere moeilijkheid, net als omgaan
met geld. Velen hebben problemen om de weg te vinden. Zelfs op een
kleine school kan het lang duren eer het kind gewend is en sommigen
leren nooit de weg in een groot schoolgebouw. Deze kinderen moeten
zelfs in een veilige omgeving in de gaten worden gehouden. Als je
uit hun gezichtsveld raakt (of als je ze zelf niet meer ziet) zijn
ze snel verdwaald.
-
Slechte oog-handcoördinatie
Het kan moeilijk zijn om een beweging met de ogen te volgen. Een
buitensporige hoofdbeweging wordt gebruikt. Ze kunnen niet snel van
het ene naar het andere object kijken, bijvoorbeeld van een boek
naar het schoolbord.
-
Leerproblemen
Bij enkelen is het enige dyspraxie probleem dat ze hebben, een
probleem met schrijven. Anderen hebben leesproblemen als gevolg van
dyslexie of slechte oog-hand coördinatie. Anderen hebben problemen
met rekenen (dyscalculie), of lezen alleen mechanisch, zonder te
begrijpen wat ze lezen (hyperlexie). Als kinderen dyspraxie
gerelateerde moeilijkheden hebben zoals problemen met waarnemen, de
tastzin of ruimtelijk bewustzijn, dan ligt de aanwezigheid van
leerproblemen voor de hand. Dyspraxie and DCD beïnvloeden een grote
groep mensen, dus er zijn mensen met 'talenten' en er zijn mensen
die 'langzaam' zijn. De meerderheid heeft een gemiddelde
intelligentie, maar heeft een probleem om dit uit te drukken in taal
of schrijven.
-
Handschrift
Problemen met de motoriek en de coördinatie = schrijfproblemen. Het
handschrift kan slechter worden als het kind groter wordt, omdat het
dan sneller gaat denken en dan sneller probeert te schrijven.
Sommige oudere kinderen hebben de kunst van het schrijven
overwonnen, maar hun handschrift is vaak klein of neigt naar krassen
en wordt met veel energie geproduceerd. Alle inspanning gaat naar
het schrijven, en de inhoud van het werk leidt hieronder. Velen
hebben ook zwakke spieren, houden hun pen te stevig vast en dan kan
schrijven pijnlijk zijn. Sommige leerkrachten hebben veel energie in
schrijflessen gestoken, om vervolgens tot de conclusie te komen dat
dit de situatie heeft verslechterd.
-
Geheugen
Het korte termijn geheugen functioneert niet zo goed.Ze vergeten wat
ze 's morgens hebben gedaan. Het lange termijn geheugen is
uitstekend, in het bijzonder voor triviale gebeurtenissen.
De toekomst
Er wordt gezegd dat kinderen over de problemen heen groeien,
maar recent onderzoek toont aan dat dit niet zo is. Velen verbeteren
naar mate ze groter groeien, leren strategieën om er mee om te gaan,
leren vermijdingstechnieken of specifieke vaardigheden. Bijvoorbeeld
het leren fietsen. Dit betekent niet dat de coördinatie is
verbeterd, als een kind met dyspraxie leert fietsen. Het heeft
alleen één vaardigheid geleerd.
-
puberteit
Tegen de tijd dat het kind een tiener wordt, wordt het bewust van
zijn/haar handicap. Vaak gaan het zich afzetten en de handicap
ontkennen. Thuis is het kind vaak net zo onvolwassen als altijd,
maar op school nemen de frustraties vaker toe. Oppervlakkig gezien
lijken ze gelukkig, maar ze doen constant moeite om 'normaal' te
lijken. Ze hebben hoge verwachtingen van zichzelf en willen niet
falen. Ze leggen zichzelf dus een zeer grote druk op. Een kleine
minderheid met beperkte moeilijkheden verlangt vriendschap tegen
elke prijs. Dit zijn diegenen die zich aansluiten bij straatbendes
en kunne belanden in de kleine criminaliteit. De meerderheid dreigt
zich steeds verdere terug te trekken van schoolactiviteiten en
worden eenzaam.
-
Volwassenen
Bij de meeste volwassenen is nooit een diagnose gesteld. En van hen
wordt nog steeds veel geleerd over dyspraxie. Enkelen kunnen
autorijden, blijven werken of een gezin opvoeden, maar dat is niet
eenvoudig. Ze klagen dat ze in hun familieomgeving verdwalen, hebben
moeite met organiseren en hebben moeite om zichzelf goed te
verzorgen. Haar borstelen is lastig, veel vrouwen kunnen geen make
up opdoen, terwijl voor mannen scheren moeilijk kan zijn. Een gezin
opvoeden is moeilijk en een ondersteunende partner is nodig.
HOME (www.orthopedagogiek.com) |