|
| |
Diagnostiek DCD
- Arts, specialist bekijken of er sprake is van een neurologische
aandoening.
- Inventarisatie van motorische problemen. (grove- en fijne motoriek)
- Diagnostiek van cognitieve vaardigheden.
- Diagnostiek van persoonlijkheidsaspecten.
- Assessement is gericht op de vraag waarom het kind een bepaalde
vaardigheid niet kan uitvoeren. (proces gericht onderzoek naar de verstoorde
taakuitvoering)
Vragen ten behoeve van de diagnostiek van DCD
- Zijn de criteria van de DSM IV van toepassing.
- Zijn er opvallendheden in de motoriek van het kind.
- Zijn de problemen met de spraak.
- Zijn er familieleden met DCD.
- Heeft het kind fysiotherapie of logopedie gehad.
- Hoe is het zelfbeeld van het kind.
- Is er sprake van faalangst.
- Hoe stelt het kind zich op in sociale situaties.
- Heeft het kind behoefte om met andere kinderen te spelen of te werken.
- Is er sprake van andere rijpingsstoornissen.
- Is er sprake van leerstoornissen.
- Zijn er omstandigheden die het gedrag van het kind verklaren.
Testen
Normreferenced- en citeriumreferenced tests.
- Normreferenced: vergelijk met een referentiegroep
- Criteriureferenced: vergelijk met een eerdere geleverde prestatie van het
kind.
Screeningsinstrumenten
- De Groninger Motoriek observatielijst GMO (van Dellen en Kalverboer 1990)
- Checklist van de movement assessement Battery for children (Movement
ABC, Henderson and Sugden 1992)
Niveautests.
- Het niveau qua motoriek wordt vastgesteld in vergelijking met
leeftijdsgenoten.
- Klinische exploratie van de motoriek. (ontstaan van een motorisch profiel)
- Bayley ontwikkelingsschalen. (BOS 1983)
- Smrkovsky (1983)
- Oseretsky test (1978)
- Algemene bewegingscoördinatie test (ABC Wiegersma 1980)
- Movement assessement Battery for children (Movement ABC, Henderson and
Sugden 1992)
Diagnostische tests
Deze tests gaan meestal samen met een behandelprogramma.
- SCSIT (Southern California Sensory Intergration test) Jayres
|