Hechtingsstoornissen

website for educationalists and psychologists & Site Internet de psychopédagogie  

Start

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hechtingsstoornissen/Geen-Bodem-Syndroom (GBS)
Wat ouders/verzorgers ervaren in de omgang met hun kind, je stopt er oneindig veel liefde, aandacht en zorg in, maar er komt bijna niets voor terug. De verschillende stadia in de ontwikkeling van het kind zijn voor ouders welhaast schokkend herkenbaar. Het tweestappen 'vooruit', weer één 'achteruit' en vaak zelfs het omgekeerde, wat voor ouders van deze kinderen vaak zo verschrikkelijk ontmoedigend is.

Elk kind is anders en bepaalde uitingsvormen zijn leeftijd gebonden.

  • Afwijzend tegenover meest nabije figuren (moeder/verzorger/ouders).
  • Zeer onregelmatig slapen/eten, agressieve gelaatsuitdrukking, ook bij baby's.
  • Zoeken op onnatuurlijke manier lichamelijk contact.
  • Ze hebben een extreem onnatuurlijk claimend gedrag.
  • Sommigen willen daarin tegen helemaal niet worden aangeraakt, en worden bij knuffel pogingen angstig en/of agressief.
  • Bij kinderen die überhaupt niet aangeraakt willen worden is het nog moeilijke om tot lijfelijk tot verzoening te komen.
  • Sommigen zijn druk - vrolijk hangen de clown uit.
  • Anderen zijn stil en afwachtend, teruggetrokken op het apathische af.
  • Nog anderen zijn schreeuwerig ruw zoeken voortdurend ruzie.
  • Ongecoördineerde bewegingen, waarbij van alles omvalt en breekt.
  • Bij een conflict kun je het kind niet bereiken, niets schijnt indruk te maken, zachtheid, nog harder straffen hebben ook maar het geringste effect.
  • Het kind toont bijna nooit spijt of berouw.

Het geweten heeft alles te maken met tweezaamheid.

  • Het kan weinig onderscheid maken tussen hoofd en bijzaken, tussen een beetje stout en heel erg gemeen.
  • De gewetensfunctie ontbreekt.
  • Het kind zal nooit naar de volwassene toekomen om zijn overtreding te bekennen, is het meestal zelfs de volgende dag of eerder vergeten.
  • De boosheid van de volwassenen blijft het kind wel bij (de klappen en de preek) maar niet de reden daarvan.
  • Als ik weer lieg zal mama dus weer boos zijn' aan zo'n gedachte gang komt het kind al helemaal niet toe, het slaat die ervaringen niet op.

Er is een geweldig verschil tussen de opstelling in het gedrag van het kind binnen het gezin en daar buiten.

  • Ouders willen hun kind naar buiten toe liever niet afvallen of ontmaskeren, maar dreigen zelfs daardoor in een heel ander daglicht te komen in de ogen van de buitenwereld.
  • Bijvoorbeeld: familie, vrienden, buren, leerkrachten, hulpverleners.
  • Ze zeggen vaak "zo'n leuk kind, wil alles voor je doen". etc.
  • Zou dat gestoord zijn? Dat bestaat gewoonweg niet Bij ons is hij/zij altijd lief. Krijgt dat kind thuis wel genoeg liefde, zijn jullie niet te streng, (of) je bent niet streng genoeg?
  • Het pijnlijkst is als het komt van je naaste familie: Opa's, Oma's, Ooms, Tantes.
  • Je raakt vaak je familie maar ook je vrienden en je buren kwijt.

Bij de hulpverlener zit het kind er meestal vrolijk en ontspannen bij terwijl de ouders met name de moeder op de rand van een instorting balanceert.

  • De thuissituatie is vaak al zo dat het gezin ontwricht is.
  • Bij de moeder halen ze het bloed onder de nagels weg, en als vader thuis komt veranderen ze plotseling in gezellige spontane knuffeldieren.
  • Ze lijken op een plek even 'vertrouwd' als 'vreemd' te zijn, kennen na jaren nog geen gevoel van heimwee.
  • Ze kunnen ook meestal niet vertellen hóe lang ze al ergens zijn, voor hen maakt een maand of een half jaar nauwelijks verschil.
  • Ze begrijpen lange tijd niets van familie relaties, voor hen zijn generatie verschillen al helemaal moeilijk te door gronden.
  • Ze zijn geniaal in het ontdekken van kwetsbare plekken in hun ouders hun broertjes en zusjes leerkrachten en hulpverleners, maar nog het meest in hun onderlinge relaties.
  • Wanneer de gelegenheid zich voor doet, zullen zij alles in het werkstellen om de volwassenen tegen elkaar uit te spelen, als ze daar zelf voordeel uit kunnen halen. Dit gedrag gaat zo ver, dat menig gezin totaal ontwricht is geraakt.
  • Hele families zijn op deze manier in kampen uit één gevallen.
  • Grootouders, Oom en Tantes nemen het blindelings voor het kleinkind op.

Het kind schijnt er niet onder te lijden.

  • Het omgaan met deze kinderen vormt een grote belasting voor het huwelijk.
  • Op een onverwachte momenten stort het kaartenhuis van schijnaanpassing plotseling in één en doen zich aanvallen voor van verschrikkelijke agressie en panische angst.
  • Survivers (overlevings)- gedrag en schijnaanpassing daar besteedt het kind onevenredig veel energie aan, die ten koste gaan van andere dingen.
  • Door negatieve faalangst begint het vaak al bijvoorbaat niet aan allerlei werkzaamheden, en wendt dan een soort onverschilligheid of schijn domheid voor.
  • Het vereist bijna boven menselijk geduld en veel aanmoediging om het kind zover te krijgen dat het 'over de drempel stapt'.
  • Door de zwakke ik functie maar nog veel meer door wat het meemaakt gaat het zich welhaast boven menselijk aanpassen.
  • Het kind is zo slim geworden in het aanvoelen van wat mensen van hen verwachten dat het daar geniaal op inspeelt.
  • Van daar ook dat het bij oppervlakkige relaties buitenshuis als mestgevierde gast de show pleegt te stelen.
  • Als ze een klasgenootje gepest hebben, spreken ze thuis met verontwaardiging en met de grootste compassie over die zielige piet die door anderen zo ontzettend word gepest. (anderen de schuld geven van wat ze zelf doen)

Deze jongeren proberen zeker een split te drijven, om opvoeders tegen mekaar op te zetten.  Openheid, op een lijn met elkaar samenwerken en vertrouwen in elkaar moet helpen. Het mag duidelijk zijn dat deze houding voor ouders bijzondere moeilijkheden oplevert. Want in een gezin zijn alle relaties juist gebaseerd op wederkerigheid. Voor de ouder gaapt de valkuil van het ingaan op de relationele signalen van het kind. Zij zullen er op ingaan met de verwachting, het tikkeltje hoop dat het nu anders zal zijn. Steeds meer totdat ze op zijn, uitgeblust. Ze voelen zich burn - out maar ze kunnen het niet zijn want ze blijven steeds verantwoordelijk voor hun kind. Ouders staan hiervoor de moeilijke taak hun kind niet te willen blijven vast houden. Althans niet in de klassieke betekenis. De eenzame en verbitterende strijd met het kind opdat het toch ooit zou inzien dat ze het beste met het kind voor hebben, moet men opgeven.

Met bronvermelding: De kenmerken komen uit het boek '"Bodemloos bestaan - Problemen met adoptiekinderen (inclusief een theoretische gedeelte) Uitg. Ambo, Baarn 1987. ISBN 90-263-1703-4.) nieuwe editie.

Literatuur

Boeken
Hieronder een aantal boeken die wij van harte aan kunnen bevelen.
Ze zijn te verkrijgen in de boekhandel.

Dr. G. de Lange, Relatiegestoorde kinderen
Twee opvoedingswijzen bij hechtingsstoornissen
2002, Van Gorcum
ISBN 90 232 3800 1

Dit boek is een geactualiseerde en sterk uitgebreide versie van het eerder bij Van Gorcum verschenen Hechtingsstoornissen. Orthopedagogische behandelingsstrategieën van Dr. G. de Lange. De titel van het boek is gewijzigd om het relationele aspect van de hechtingsstoornis te benadrukken.
De auteur heeft als orthopedagoog jarenlang met fundamenteel relatiegestoorde kinderen gewerkt. Op basis van zijn ervaringen heeft hij de in dit boek beschreven opvoedingswijzen
ontwikkeld om ouders, onderwijsgevenden en hulpverleners toe te rusten om deze kinderen te helpen uit hun isolement te komen. De eerder door de auteur geïntroduceerde
opvoedingswijzen zijn inmiddels toegepast en in dit boek wordt daarvan verslag gedaan.

Relatiegestoorde kinderen is onder meer bedoeld voor medewerkers van de eerstelijnsgezondheidszorg, voor diagnostici en voor hulpverleners die kinderen met
gedragsproblemen in hun praktijk krijgen. Ook is het bedoeld voor onderwijsinstellingen, zowel basis- als speciaal onderwijs, waar het van groot belang is dat fundamenteel relatiegestoorde kinderen adequate begeleiding krijgen.
Tevens is het boek belangrijk voor iedereen die met de pleegzorg of de adoptie van deze kinderen te maken krijgt en voor diegenen die verantwoordelijk zijn voor de opvoeding van deze kinderen in tehuizen en inrichtingen.


Dr. G. de Lange, Hechtingsstoornissen,
orthopedagogische behandelingsstrategieën
1991,
Dekker & van de Vegt, Assen
ISBN 90 255 0064 1

´Als orthopedagoog werkte de auteur jarenlang met hechtingsgestoorde kinderen. Vanuit deze ervaring heeft hij de in dit boek beschreven methode ontwikkeld om deze kinderen beter te kunnen begrijpen en ze thuis, op school of in de hulpverlening uit hun isolement te helpen.´


Dr. G. de Lange, Leren wandelen aan Vaders hand,
christelijke opvoeding: theorie en praktijk.
1997, Buijten & Schipperheijn, Amsterdam
ISBN 90 60 64 917-6

´Deze uitgave wil een bijdrage leveren aan de algemene theorie en praktijk van de christelijke opvoeding. Het attendeert op de vele positieve mogelijkheden die ouders en opvoeders hebben, maar ook op de negatieve gevolgen van bepaalde manieren van opvoeden.´ 


Frank Matthijsen (pseud. voor G. de Lange), Zand in je eten,
Hoe kinderen onuitstaanbare mensen kunnen worden.
1991, Dekker & van de Vegt, Assen
ISBN 90 255 0063 3

´Een bundel korte, eerlijke levensverhalen over onmacht, angst en vrees. Over het gevoel als kind niet opgenomen te zijn in de wereld om je heen. Over het weten dat men je niet hoeft, dat je het zand bent dat iedereen zo verafschuwt.´ 


Geertje van Egmond: Bodemloos bestaan,
Problemen met adoptiekinderen
Vijfde herziene druk, Ambo, Amsterdam
ISBN 90 263 1703 4

Het Geen-Bodem-Syndroom I  

‘Bodemloos bestaan’ bestaat uit twee delen. Het eerste deel bevat het indringende verhaal van een gezin met een buitenlands adoptiekind, Isabel. In de loop van de tijd wordt steeds duide-lijker dat zij emotioneel diep beschadigd is en niet meer in staat om een gezonde hechting aan te gaan. Isabel vertoont ernstige gedragsstoornissen die een ontwrichtend effect hebben op het dagelijks leven in het gezin. Deze handicap heeft van Egmond benoemd als het Geen-Bodem-Syndroom. Deze term heeft inmiddels overal ingang gevonden.
Het gezin komt door Isabel onder grote druk te staan en wanneer de gebeurtenissen plotseling in een stroomversnelling raken moet Isabel worden opgenomen in een instelling voor kinder- en jeugdpsychiatrie. Toch houdt het gezin het contact met haar in stand, en langzamerhand
  gloort er  een spoortje hoop.
In het tweede deel wordt het Geen-Bodem-Syndroom theoretisch uitgewerkt en worden de uitingen ervan systematisch verklaard. Het richt zich met name tot ouders, hulpverleners en leerkrachten. Sinds zijn verschijnen in 1987 heeft ‘Bodemloos bestaan’ veel losgemaakt, zowel bij ouders als in de hulpverlening. Ook de ouders van biologisch eigen kinderen met hechtings-, gedrags- en ontwikkelingsstoornissen herkennen veel in de beschrijving van het syndroom.
In deze vijfde herziene druk is alleen het hoofdstuk ‘Het ideale adoptiegezin?’ herschreven. Verder is deze druk in grote lijnen identiek aan de vorige.


Geertje van Egmond: Verbinding verbroken
Adoptie in adolescentie
2001, Tweede herziene druk.
Uitgebreide editie met nieuw theoretisch deel,

Ambo, Amsterdam
ISBN 90 263 1702 6

Het Geen-Bodem- Syndroom II                                                          
Het eerste deel van ‘Verbinding verbroken’ beschrijft de volgende aangrijpende fase in de geschiedenis van Isabel en haar familie en is uiteraard gelijkgebleven aan de eerste druk.
Het tweede deel van het boek bestaat uit een uitgebreid theoretisch deel onder de titel ‘
Het Geen-Bodem-Syndroom II’. De essentie van het syndroom wordt hierin verder uitgediept. Ook wordt uitvoerig ingegaan op eventuele overeenkomsten en/of verschillen met andere ontwikkelings- en gedragsstoornissen bij kinderen en jeugdigen die tegenwoordig vaak ‘bodemloos’ worden genoemd.
Verder bevat dit deel praktische ideeën en tips voor allen die met deze handicap worden geconfronteerd. Deze inzichten kunnen ouders, leerkrachten, hulpverleners en (opgroeiende) kinderen nu en later helpen om beter te leren leven en omgaan met het Geen-Bodem-Syndroom.
Tenslotte formuleert Geertje van Egond haar visie op een verantwoorde wijze waarop adoptie zou kunnen plaatsvinden.  


Aletha J. Solter: De taal van huilen
Positief omgaan met huilen en boosheid van baby´s
en kinderen tot 8 jaar
1998, De Toorts
ISBN 90 6020 786 6

´Dit revolutionaire boek biedt de mogelijkheid tot een betere, diepere relatie met kinderen te komen. Het boek geeft inzicht in de redenen waarom kinderen huilen en boos zijn en leert ons hoe we daar het best op kunnen reageren.´ 

Bron: http://www.deknoop.org/

Copyright © 1998 www.orthopedagogiek.com te 's-Hertogenbosch NL
Laatst bijgewerkt: 12 maart 2008