ADHD, vroeger ook wel MBD (Minimal Brain Dysfunction) genoemd, valt in de DSM-IV uiteen in de volgende drie groepen:
- Het onoplettende type. Dit is het type waarbij er vooral sprake is van ernstige en aanhoudende aandachtszwakte (moeite om de aandacht in het hier-en-nu te houden). Dit wordt ook wel het ADD-type genoemd.
- Het hyperactieve/impulsieve type. Hier is er vooral sprake van ernstige en aanhoudende impulsiviteit en hyperactiviteit.
- Het gecombineerde type. Beide soorten problemen komen samen voor. Dit type ADHD komt het meeste voor.
Het is niet altijd gemakkelijk om het juiste type te bepalen, omdat de overgangen vloeiend verlopen en de combinaties van eigenschappen per individu verschillen. Jongens met ADHD kampen vaker met hyperactiviteit, impulsiviteit en gedragsproblemen, terwijl meisjes met ADHD wat vaker van het ADD-type zijn.
ADHD wordt doorgaans vastgesteld door een
psychiater, psycholoog of een orthopedagoog met
in ieder geval een basisaantekening
psychodiagnostiek (BAPD). Deze zijn hiervoor
specifieker opgeleid dan een andere arts dan de
psychiater. Elke arts is bevoegd om de diagnose
ADHD vast te stellen. Enkel een arts is bevoegd
om eventueel medicatie voor te schrijven.
Voor het diagnosticeren kunnen verschillende
tests en observaties worden gebruikt. Er bestaat
geen standaardtest.
Volgens de huidige inzichten komt ADHD bij 3 tot 5% van de kinderen voor en bij zeker 1% van de volwassenen. Bij ADHD spelen ook erfelijke elementen een rol. Het komt dan ook regelmatig voor, dat er ook bij een van de ouders sprake is van ADHD, vaak zonder dat ooit de diagnose is gesteld. In het verleden werd ADHD bij kinderen vaak niet onderkend. Voor zover dat wel het geval was, was men algemeen van mening, dat de symptomen vanzelf geleidelijk zouden verdwijnen en dat ADHD bij volwassenen niet voorkomt. Dit blijkt maar in zeer beperkte mate het geval. ADHD verdwijnt nooit helemaal. Wel veranderen de symptomen, omdat de volwassene na verloop van tijd beter met zijn beperkingen leert om te gaan en de maatschappij aan volwassenen andere eisen stelt.
Van de volwassenen met adhd heeft een extreem hoog aantal last van een comorbide (bijkomende) ernstige stoornis. Bij circa vier van de vijf patiënten is dit het geval, ongeveer een derde heeft zelfs meerdere bijkomende stoornissen [2]. Uit een beperkt onderzoek onder een geselecteerde groep van 105 volwassenen met ADHD uit 2006 blijkt, dat ADHD een negatieve invloed heeft op een groot aantal terreinen, zowel lichamelijk en psychisch als sociaal en economisch. De kwaliteit van leven wordt lager ervaren dan gemiddeld [3].
ADHD in combinatie met dyspraxie wordt ook wel DAMP-syndroom genoemd.
ADHD betekent Attention-Deficit/Hyperactivity
Disorder, oftewel aandachtstekort/hyperactiviteitstoornis.
Het aandachtstekort heeft hier niets te maken met het al dan
niet krijgen van voldoende aandacht vanuit de omgeving. Bij adhd
is het vermogen om onbelangrijke prikkels weg te filteren
gestoord, waardoor de adhd'er wordt overspoeld met teveel
uiterlijke prikkels. Daardoor is het niet goed mogelijk om de
aandacht bij één ding tegelijk te houden. Ook bij de eigen
gedachten wordt geen onderscheid gemaakt tussen belangrijk en
minder belangrijk, waardoor de aandacht niet goed bij één
onderwerp gehouden kan worden. Dit leidt tot gebrek aan
concentratie.
Hyperactiviteit (die niet bij iedere adhd'er aanwezig is) uit
zich door lichamelijke onrust maar ook tot innerlijke onrust en
impulsiviteit. Ook hyperactiviteit kan verklaard worden als het
gevolg van het binnen komen van te veel of te sterke prikkels.