Onderstaande informatie is overgenomen van het Ministerie van OC en W.
Taalontwikkeling
Kinderen beginnen direct na de geboorte al met hun taalontwikkeling. Ze worden
op ieder moment van de dag geconfronteerd met klanken. Gaandeweg groeien ze in
die taalwereld en gaan ze verbanden zien; verbanden tussen klanken en
voorwerpen, tussen klanken en mensen.
Taalontwikkeling is er dus ook al voordat de basisschool begint. Als kinderen
in de basisschool met het leesonderwijs beginnen, hebben ze al veel over taal
geleerd. Gewoonlijk leren de kinderen in groep drie van de basisschool vlot
lezen. Sommige kinderen hebben gewoon meer tijd nodig dan andere kinderen om tot
lezen te komen. Dan komt het wel goed met lezen en taal maar duurt het wat
langer voor het zover is. Voor een kleinere groep kinderen verloopt het allemaal
niet naar wens.
Soms gaat het niet zo vlot
Die kinderen verwerven minder woorden dan andere kinderen, onthouden ze minder
makkelijk. Het lijkt wel of klanken en woorden een andere weg afleggen. Dat zie
je zo van de buitenkant niet aan kinderen. Voor die kinderen bij wie het
allemaal niet zo vlot verloopt, groeit de onzekerheid. Als klanken en woorden in
jouw hoofd een andere weg afleggen, als je ze minder snel herkent en onthoudt,
dan kan dat al heel gauw gaan aanvoelen als falen. Volwassenen en kinderen
worden soms boos op je omdat die taal jou in de weg staat. Zij zeggen dat je nog
maar eens goed moet luisteren, kijken, lezen… Een beetje hulp, een beetje meer
tijd, begrip, dat zou een stuk schelen. Je kan er immers ook niets aan doen dat
het bij jou allemaal wat anders verloopt met het leren en verwerven van taal.
Dyslexie
In de groep van kinderen die grote problemen met de leesontwikkeling hebben,
bevinden zich kinderen met dyslexie. Vroeger werd dat wel woordblindheid
genoemd. Het zijn kinderen, die liefst zo vroeg mogelijk heel gerichte en
meestal ook langdurige ondersteuning nodig hebben.
Kinderen die dyslectisch zijn:
- vertonen een ernstige lees- en spellingsachterstand. Het gaat dan om
achterstand ten opzichte van de groep, maar ook lees- en spellingonderzoek
laat die achterstand zien;
- hebben hardnekkige problemen met lezen en spellen. De gebruikelijke hulp
en zelfs nadrukkelijke hulp en ondersteuning hebben een zeer gering
resultaat;
- hebben een zeer trage en/of onnauwkeurige woordherkenning. Het lijkt vaak
wel of deze kinderen steeds weer voor het eerst lezen –met alle moeite die
dat kost. Ze kunnen de woordtekens maar niet onthouden en dus herkennen.
Vroeg herkennen
Voor kinderen op de kleuterleeftijd en in de eerste maanden leesonderwijs kan
nog niet van dyslexie gesproken worden. Hooguit hebben we het dan over een
verhoogd risico op de ontwikkeling ervan. Wat niet wegneemt, dat hoe eerder we
in de gaten hebben dat er met die taalontwikkeling iets aan de hand is, hoe
eerder we kinderen kunnen helpen.
Risicofactoren
bij het luisteren:
- moeite hebben met verstaan in de aanwezigheid van achtergrondgeluid;
- woorden die op het gehoor op elkaar lijken door elkaar halen;
- iemand die snel spreekt moeilijk verstaan;
- moeite hebben met verbale opdrachten.
bij het spreken:
- hardnekkige uitspraakfouten;
- moeite hebben met het nazeggen van lange en nonsenswoorden;
- moeite hebben met het (snel) benoemen van kleurennamen, cijfers,
eenvoudige objecten.
bij het lezen:
- moeilijk klanken in woorden kunnen onderscheiden;
- zeer weinig of geen letters kennen;
- zeer weinig tot geen pogingen ondernemen om tot schrijven te komen, te
schrijven (eigen naam).
Het lijkt erop of we met deze aanwijzingen in de hand kunnen vaststellen dat een
kind dyslectisch is. Maar zo eenvoudig is het meestal niet. Kinderen met een
verhoogd risico zijn niet altijd eenvoudig aan te wijzen. Dyslectische kinderen
zijn kinderen met een normale intelligentie en soms zelfs zijn ze bijzonder
intelligent. Dat betekent dat kinderen soms ook tekorten op slimme wijze
compenseren.
Samen werken
Het is in ieder geval goed bij jonge kinderen goed op de taalontwikkeling te
letten. Ouders doen dat, maar ook peuterleidsters en leraren zijn gericht met
die taalontwikkeling bezig. Juist omdat het over een hardnekkig en serieus
probleem gaat waaraan intensief en volhardend moet worden gewerkt, is het goed
dat samen te doen, om samen te zoeken naar een aanpak in het belang van het
kind.