Schizoide

website for educationalists and psychologists & Site Internet de psychopédagogie

  

Start Omhoog

Informatieve website voor o.a. capaciteitenonderzoek zie: www.orthopedagogiek.info

 

 

 


DSM IV Schizoïde persoonlijkheidsstoornis

Volgens DSM-IV criteria

A. Een diepgaand patroon van afstandelijkheid in sociale relaties, en beperkingen in het uiten van emoties in intermenselijke situaties, beginnend in de vroege volwassenheid en tot uiting komend in diverse situaties zoals blijkt uit vier (of meer) van de volgende:

1) heeft noch behoefte aan, noch plezier in hechte relaties, inclusief
het tot een gezin of familie behoren
2) kiest vrijwel altijd activiteiten die alleen gedaan moeten worden
3) heeft weinig of geen belangstelling voor seksuele ervaringen met een ander
4) beleeft weinig of geen genoegen aan activiteiten
5) heeft geen intieme vrienden of vertrouwelingen buiten eerstegraads familieleden
6) lijkt onverschillig voor lof of kritiek van anderen
7) het affect is emotioneel kil, afstandelijk of afgevlakt

B. Komt niet uitsluitend voor in het beloop van schizofrenie, een stemmingsstoornis met psychotische kenmerken, een andere psychotische stoornis of een pervasieve ontwikkelingsstoornis, en is niet het gevolg van de directe fysiologische effecten van een somatische aandoening.

--------------------------------------------------------------------------

DSM IV Schizotypische persoonlijkheidsstoornis

Volgens DSM-IV criteria

A. Een diepgaand patroon van sociale en intermenselijke beperkingen gekenmerkt door een acuut gevoel van ongemak bij en een verminderd vermogen tot het aangaan van intieme relaties, en ook door cognitieve en perceptuele vervormingen en eigenaardigheden in het gedrag, beginnend in de vroege volwassenheid en tot uiting komend in diverse situaties zoals blijkt uit vijf (of meer) van de volgende:

1. betrekkingsideeën (met uitsluiting van betrekkingswanen)

2. eigenaardige overtuigingen of magische denkbeelden, die het gedrag beïnvloeden en die niet in overeenstemming zijn met de eigen subculturele normen (bijvoorbeeld bijgelovigheid, geloof in helderziendheid, telepathie of ‘zesde zintuig’, bij kinderen en adolescenten bizarre fantasieën of preoccupaties)

3. ongewone perceptuele waarnemingen, met inbegrip van lichamelijke illusies

4. merkwaardige gedachten en spraak (bijvoorbeeld vaag, wijdlopig, metaforisch, met een overmaat aan details, of stereotiep)

5. achterdocht of paranoïde ideeën


6. inadequaat of ingeperkt affect

7. zonderling, excentriek of vreemd gedrag of uiterlijk

8. heeft geen intieme vrienden of vertrouwelingen buiten eerstegraads familieleden

9. buitensporige sociale angst die niet afneemt in een vertrouwde omgeving en die eerder de neiging heeft samen te gaan met paranoïde angst dan met een negatief oordeel over zichzelf

B. Komt niet uitsluitend voor in het beloop van schizofrenie, een
stemmingsstoornis met psychotische kenmerken, een andere psychotische
stoornis of een pervasieve ontwikkelingsstoornis.

 

 

 

Bronvermelding:

Beknopte handleiding bij de Diagnostische criteria van de DSM-IV.
American Psychiatric Association
Swets & Zeitlinger Publishers
Lisse, 1998
ISBN 92 265 1394 1
 

Copyright © 1998 www.orthopedagogiek.com te 's-Hertogenbosch NL
Laatst bijgewerkt: 12 juni 2008