Tic-Stoornis

website for educationalists and psychologists & Site Internet de psychopédagogie

  

Start Omhoog

Informatieve website voor o.a. capaciteitenonderzoek zie: www.orthopedagogiek.info

 

 

 


Belangrijke links: http://www.tourette.nl/frames.html & http://www.tourette.be/

Het Tourette Syndroom (TS) 

Het Tourette Syndroom (TS) wordt gekenmerkt door ongewenste bewegingen en geluiden die men 'tics' noemt. 

Wanneer er minstens twee motorische en één vocale tic (niet noodzakelijk tezelfdertijd) optreden en dit gedurende een periode van minstens één jaar, dan spreekt men van TS. 

Men kan gedurende dit jaar ook ticvrije periodes hebben die tot drie maanden kunnen gaan.

De bewegingstics kunnen elk lichaamsdeel treffen en de geluidstics kunnen variëren van keelschrapen en snuiven tot het ongewild luidkeels roepen van woorden en zinnen. De eerste verschijnselen van het syndroom manifesteren zich meestal rond de leeftijd van zes tot zeven jaar, soms ook later, maar altijd voor het 21 ste levensjaar. Voordien waren er vaak al diffuse klachten van overbeweeglijkheid en aandachtsstoornissen. Meestal ziet men aanvankelijk enkel motorische tics zoals oogknipperen, grimassen, hoofdschudden. Een of twee jaar later hoort men de eerste geluiden zoals keelschrapen, grom- of snuifgeluiden. Nog later treden vaak dwanggedachten en -handelingen op. Soms manifesteren de symptomen zich in een andere volgorde of allemaal tegelijk.

Men kan dezelfde tics behouden of steeds nieuwe krijgen die ook nog eens van dag tot dag kunnen wisselen in intensiteit. Er zijn echter geen twee mensen met TS hetzelfde, iedereen heeft zijn persoonlijke tics.

Vocale tics :

  • Snuiven, Kuchen, Hijgen, Slikken, Zingen, Neuriën, Fluiten, Boeren, Sissen, Blazen, Hikken,
  • Piepen, Grommen
  • Ongepaste lachbuien
  • Tandenknarsen
  • Klappertanden (zonder dat men het koud heeft)
  • Neus luidruchtig optrekken
  • Steeds een bepaald woord moeten herhalen omdat het zo 'goed' klinkt
  • Voortdurend praten, anderen steeds in de rede vallen en onderbreken
  • Praten met vervormde stem (hoog, laag,...)
  • Vulgair taalgebruik, eventueel zonder coprolalie (vloeken)
    Bv.: voeten = poten, handen = pikkels, vrouwen = wijven, gezicht = bakkes; terwijl men helemaal
  •  niet zo opgevoed is
  • Alles hardop zeggen wat men toevallig opmerkt : reclameborden, namen van winkels, flarden van
  • de radio die aanstaat (binnensmonds of luid) Vb. Siemens ..., Heineken ..., brood en banket ...,
  • Quick ...
  • Anderen altijd in de rede vallen : ze zijn rustig bezig maar net als je met een bezoeker aan het
  • praten bent, of dat je aan de telefoon geroepen wordt, komen ze je van alles vragen en willen aandacht

Motorische tics

  • Hoofdbonken
  • Afwisselend groot en klein schrijven
  • Op tenen of hielen lopen, of op de zijkant van de voeten
  • Allerlei spieren aanspannen en loslaten
  • Mond steeds afvegen aan de mouw, waardoor mouwen nat worden en de mond geïrriteerd
  • Met de hand over een denkbeeldige grenslijn in de lucht moeten gaan
  • Plots een arm of been uitstrekken waardoor anderen vaak schrikken
  • Letters in de lucht schrijven met bv. de ogen, het hoofd of zelfs de buik
  • Op alles te hard drukken, vb. potloodpunt breekt voortdurend, bij het gommen scheurt het papier
  • (beter met een bic laten schrijven en fouten tussen haakjes zetten)
  • Vingers laten kraken, tenen op een bepaalde manier laten bewegen
  • Sprongetjes maken of pirouettes
  • Mankend lopen
  • Steeds de billen toeknijpen

Sensorische tics

  • Iets niet willen aanraken (reeds griezelen bij het zicht ervan)
  • Geen water of zeep kunnen verdragen aan de handen (handen 'voelen' dan niet goed: te droog
  • of te glad enz.)
  • Problemen met kleding: broek zit nooit goed (te los, te vast, ze prikt etc.)
  • Veters zijn nooit goed geknoopt: te los, te strak
  • Steeds de grond aanraken (enkele passen stappen, dan bukken, dan weer enkele passen enz.)
  • Voortdurend dorst hebben en tegelijk klagen over een gevoel van hitte, dit terwijl anderen het koud hebben.(polydipsia)
  • Over iets ruw moeten wrijven tot het pijn doet
  • Sommigen hebben vaak ook een andere pijngrens
  • Aan alles en iedereen ruiken
  • Een gevoel van warmte, koude, zwaarte, lichtheid, prikkeling of branderigheid in gewrichten,
  • beenderen of spieren
  • Overdreven likken aan lippen
  • Huisdieren plagen en steeds moeten aanraken alhoewel men van ze houdt
  • Op bepaald voedsel niet kunnen kauwen (de textuur voelt niet goed: te zacht, te hard enz.) of de
  • kleur is fout (vb. niets willen eten dat geel is)
  • Aan stopkontakten likken
  • Anderen teveel aanraken, vb. op de armen tikken, op achterwerk slaan (soms heel hard)
  • Aan dingen likken: voorwerpen, anderen, zichzelf, handen of muren

Dwangmatige handelingen

  • Sokken moeten precies even hoog opgetrokken zijn
  • Wat je juist verboden is net nog eens moeten doen
  • Gedachtenspelletjes. Trachten om de zin die men uitspreekt symmetrisch of ritmisch te krijgen, of wanneer men leest, tussen elk woord even tot vijf moeten tellen (in stilte) - dit leidt tot
  •  haperend lezen en geeft de indruk dat er een leesprobleem is
  • Niet kunnen beginnen aan een taak, 10 maal moeten opstaan om even iets anders te doen
  • vooraleer men kan starten. Niet kunnen stoppen met een activiteit
  • Extreem rangschikken en ordenen: handdoeken, glazen in de kast, enz.
  • Rituelen: te lang handen wassen, eindeloos de haren kammen
  • Steeds op dezelfde plaats willen zitten aan tafel of in de zetel
  • Voorwerpen een aantal maal op de grond laten vallen (potlood, boek, enz.)
  • Steeds lijstjes maken: met de dagindeling, taken, uitstap tot in detail plannen
  • Twee stappen vooruit en een achteruit gaan
  • De dwang om te telefoneren of om op bezoek te gaan, niet alleen kunnen zijn
  • Geld uitgeven, niet kunnen sparen, koopziek
  • Met vuur spelen op een gevaarlijke manier
  • Achterdocht: denken dat iedereen met je lacht of naar je kijkt of over jou aan het praten is
  • Sommige mensen zijn zo perfectionistisch dat ze enorm veel tijd verliezen
  • Verzamelen van nutteloze voorwerpen, niets kunnen weggooien
  • De kamer slechts kunnen verlaten volgens een bepaald ritueel, vb. met drie grote passen tot aan de deur en dan twee maal de deurpost aanraken. En moeten herbeginnen wanneer dit niet lukt
  • Aangetrokken worden door dieptes (lijkt op een vorm van hoogtevrees, maar is toch anders)
  • Een evenwicht zoeken wanneer men tussen voorwerpen van ongelijke grootte staat. Bv.: wanneer zich aan de rechterkant van de persoon een grote kast bevindt en links een klein bankje, krijgt men een gevoel van ‘uit balans zijn’. Dan moet men zich even omdraaien zodat de voorwerpen zich even aan de tegenovergestelde zijde van het lichaam bevinden.
  • Scheidingsangst : geen afscheid kunnen nemen, bv. bij het vertrek naar school moet het afscheid gepaard gaan met een gans ritueel: zoveel kusjes, x-maal omkijken en wuiven,....
  • Overdreven zorgen maken, bv. kinderen die iets lezen of horen over een nieuwe ziekte of een aardbeving of andere natuurfenomenen, kunnen daar dagen over door vragen "en kan ik dat ook niet krijgen, en gaat dat bij ons niet gebeuren..."
  • Een gebeurtenis exact chronologisch vertellen zoals ze zich heeft voorgedaan. Elk detail moet aan bod komen en indien er iets vergeten wordt, herbegint men van vooraf aan (ziet men vooral bij kinderen).
  • Sommige kinderen verlangen ook van hun ouders dat zij bepaalde zinnen of vragen steeds op een bepaalde manier formuleren. Zij verbergen dit soms door x maal na elkaar te vragen: " Wat zeg je?" of "Ik heb je niet verstaan". Ze stoppen pas wanneer de zin ‘goed’ in hun oren klinkt.
  • Neiging hebben om kostbare voorwerpen te breken of te laten vallen

Overige

  • Nagelbijten
  • Op duim of vingers zuigen
  • Haren uittrekken
  • Zichzelf krabben
  • Zin hebben om de deur te openen van de rijdende auto waar men in zit
  • Het glas waaruit men drinkt met de hand stukknijpen (met eventueel verwondingen tot gevolg)
  • Altijd in de zon kijken
  • Ogen even sluiten wanneer men fiets of auto rijdt
  • Ogen opensperren, staren, scheel kijken, ogen naar buiten wegdraaien, een denkbeeldig kruis in de lucht maken met de ogen
  • Bril moet perfect verdeeld op de neus zitten, de hele dag door wordt dit gecorrigeerd
  • Moeite met voortdurend oogcontact
  • Voedsel op het bord bijna ontleden vooraleer men het eet
  • Niet lang naar een uitleg of verhaal kunnen luisteren, de gedachten dwalen onvermijdelijk af
  • Staren naar mensen
  • Flitsend reactievermogen
  • Dodelijke directheid (er geen doekjes omheen doen.)
  • Bizarre humor, bvb.: een opmerking maken die totaal niet kan, daar dan zelf onbedaarlijk om moeten lachen, en van de anderen (die niet meelachen) vinden dat die totaal geen gevoel hebben voor humor
  • Slecht sociaal invoelingsvermogen
  • Zwart wit etiketten: de ene is een schat, de andere een lul
Tourette neemt geleidelijk toe en komt vaak op een hoogtepunt rond de leeftijd van 12 jaar, meestal ook het moment waarop de jongere het middelbaar onderwijs binnenstapt. 

De tics en dwanghandelingen blijven meestal ernstig tot de leeftijd van 20 jaar, waarna ze vaak afnemen. Het hoeft geen betoog dat dit verloop de studies ernstig kan beïnvloeden. 

Straf, pesterijen en leerproblemen tijdens de schooljaren, sociale isolatie en depressie wanneer men volwassen is, kunnen het gevolg zijn. Onbegrip kan zware psychische schade toebrengen. Dit veroorzaakt vaak meer leed dan de Tourette zelf.

Psychotherapie kan nuttig zijn indien Tourette gepaard gaat met bijkomende problemen zoals depressie, negatief zelfbeeld en/of angsten.

Medicatie behoort ook tot de mogelijkheden.

Voor meer informatie kunt u doorlinken naar: http://www.tourette.nl/frames.html en http://www.tourette.be/

De website is gemaakt door www.depauw-logon.com

Copyright © 1998 www.orthopedagogiek.com te 's-Hertogenbosch NL
Laatst bijgewerkt: 12 juni 2008