tips PDD-NOS

website for educationalists and psychologists & Site Internet de psychopédagogie

  

Start Omhoog

Informatieve website voor o.a. capaciteitenonderzoek zie: www.orthopedagogiek.info

 

 

 


TIPS VOOR HET 'AUTIST -VRIENDELIJK' (dus ook PDD-NOS) MAKEN VAN DE SCHOOL

 

Algemene gedragsregels voor de omgang met leerlingen met autisme:

  • Schep orde in hun chaos. Maak de wereld voorspelbaar voor hen. Probeer een veilig klimaat te bieden, waarin de grenzeloze angsten van leerlingen met autisme afnemen.

  • Structuur in de tijd (tijd visualiseren, planbord, klok, zandloper enz.).

  • Structuur in de ruimte (school, schoolomgeving, klassenruimte: werkplek, speelplek, eetplek). Structuur in het werk (begin en eind).

  • Geefhouvast aan de dag door vaste punten in te lassen; dagelijks weerkerend! Op die momenten zal het kind zich in ieder geval veilig voelen.

  • Maak duidelijke regels en houd je daaraan. Maak de regels zo mogelijk visueel.

  • Probeer opwinding te vermijden (Sinterklaas is vaak een onrustige tijd).

  • Van de leerkracht wordt een consequente houding verwacht. De leerling moet weten wat hij/zij kan verwachten. Voorspelbaarheid is hier van belang­

  • Leg van tevoren uit wat er gaat gebeuren. Is iets nog niet zeker, vertel het dan nog niet. Vermijd woorden als misschien, eventueel e.d.

  • Gebruik zo min mogelijk open vragen (hoe, waarom).

  • Denk om je taalgebruik (dit geldt voor vrijwel al onze leerlingen).

  • Het denken van de leerling met autisme verloopt vaak via concrete associaties. Ze koppelen details aan elkaar, maar het geheel begrijpen zij niet.

  • Transfer! Wat leerlingen met autisme in de ene situatie leren, brengen ze niet automatisch over naar de andere situatie­

  • Probeer eenduidig te zijn (boos=boos). Kom niet terug op een genomen beslissing­

  • Een leerling met autisme manipuleert niet. Hij/zij kan zich niet verplaatsen in de gedachten van een ander. Negeer zijn/haar gedragsproblemen nooit. Ga er altijd van uit dat er sprake is van een stoornis en niet van bewust vervelend gedrag.

  • Stel je eigen grenzen, laat je niet meeslepen in het onmachtgedrag van het kind

  • Moetje gecorrigeerd worden, probeer dat dan stellend te doen (ik wil datje nu................ ) in plaats van discussiërend.

  • Vul de vrije momenten voor leerlingen met autisme in­

  • Een kind met autisme heeft vaak geen intrinsieke motivatie. Beloon het kind om zo het werken voor hem/haar aantrekkelijk te maken. Probeer er achter te komen waar je het kind mee kunt belonen (snoep, een stempel, 'vipen').

  • Pas op voor te hoog inschatten­

  • Benader leerlingen met autisme vriendelijk maar zakelijk­

  • Doe een beroep op 'teamgeest' en 'groepsgebeuren'.

  • Probeer (bij de meeste leerlingen met autisme) lichamelijk contact te vermijden­

  • De meeste leerlingen met autisme krijgen medicatie. Bij (plotselinge) gedragsveranderingen kun je je afvragen of de medicatie nog wel goed ingesteld is.

  • Je werkt in een team. Praat veel met elkaar (en de autistenbegeleider) over alles waar je tegenaan loopt. Maak gebruik van de ervaringsdeskundigheid van de ouders. Deel successen en mislukkingen.

.

 
Copyright © 1998 www.orthopedagogiek.com te 's-Hertogenbosch NL
Laatst bijgewerkt: 12 juni 2008