|
Trefwoorden (bron:
http://www.ecd-vlaanderen.be/trefwoorden.asp
Acalculie
Niet kunnen rekenen. Dit komt onder
andere tot uiting in het niet meer kunnen verrichten van financiële
zaken en het niet meer kunnen doen van boodschappen.
Acetylcholine
Neurotransmitter die de
prikkeloverdracht tussen zenuwcellen verzorgt; speelt een rol bij
het memoriseren en leren.
AD
Afkorting van Alzheimerdementie.
ADL-functies
Is de afkorting van algemene
dagelijkse levensverrichtingen. Dit zijn de normale activiteiten van
het dagelijkse leven; bijvoorbeeld zich wassen, aankleden, eten,…
Afasie
In het algemeen verwijst de term naar
taalfunctiestoornissen die een gevolg zijn van een gelokaliseerde
hersenbeschadiging. De taalfunctiestoornissen komen meestal naar
voor in het uiten en begrijpen van taal. Zo is het mogelijk dat de
persoon namen van voorwerpen met elkaar kan verwisselen of niet op
de naam kan komen van een voorwerp en bijvoorbeeld “Geef mij dinges
eens…” zegt. Afasie leidt dus vaak tot communicatiestoornissen.
Agitatie
Geagiteerd zijn betekent opgewonden,
opvallend bewegen en onrustig zijn. Bijvoorbeeld de geagiteerde
persoon klopt op tafel, roept en is moeilijk te kalmeren.
Agnosie
Dit is een stoornis in het herkennen
van objecten, ondanks een adequaat functioneren van de zintuigen en
een goede ontvangst van de afzonderlijke gewaarwordingen. Agnosie
kan betrekking hebben op alle zintuigen. Bijvoorbeeld visuele
agnosie: men ziet de objecten, maar weet niet wat ze voorstellen.
Bijvoorbeeld men ziet een kam, maar weet niet dat dit dient om het
haar te kammen. Auditieve agnosie: men hoort de geluiden, maar kan
ze niet thuiswijzen. Bijvoorbeeld men hoort de bel, maar kan dit
niet als de voordeurbel thuiswijzen. Tactiele agnosie: onvermogen om
de dingen te herkennen door ze te betasten. Bijvoorbeeld het toilet
niet op de tast herkennen.
Agrafie
Niet kunnen schrijven, ondanks goede
spiercoördinatie en normaal ontwikkeld verstand. Bijvoorbeeld
letters worden weggelaten, het is moeilijk om op een rechte lijn te
schrijven, hoofdletters en kleine letters worden door elkaar
gebruikt.
Amnesie
Geheugenverlies. Er bestaan twee
vormen van amnesie:
- anterograde amnesie: men is niet meer in staat om nieuwe
gebeurtenissen die men meemaakt na een ongeval of ziekte, vast te
houden. Men kan wel nog allerlei gebeurtenissen ophalen die
gebeurden voor het ongeval of de ziekte.
- retrograde amnesie: feiten van voor het ongeval of de ziekte
kunnen niet meer herinnerd worden. Alleen wat vele jaren geleden
ingeprent was geworden, kan men zich nog herinneren. Er kunnen wel
nieuwe dingen ingeprent worden .
Amnestisch beeld
Niet iedereen die verward is of
vergeetachtig kan dement genoemd worden. In dat geval spreekt men
eerder over een amnestisch beeld.
Amygdala
Zijn gelegen in de hersenen en hebben
de vorm van amandelkernen. Deze kernen zijn vooral betrokken bij het
inprenten en herbeleven van emotionele gebeurtenissen. Bijvoorbeeld
bij het opnemen van gevoelens omtrent rouw, blijheid spelen de
amygdala een rol.
Amyloïd
Op zetmeel lijkende eiwitsubstantie
die als neerslag op of in organen voorkomt. Amyloïd en tangles komen
specifiek voor in de hersenen van een Alzheimerpatiënt. Amyloïd is
eiwitafzetting die geassocieerd wordt met aftakeling in de hersenen.
Anamnese
Vragen die gesteld worden om inzicht
te verwerven in de (medische) voorgeschiedenis van een patiënt.
Bijvoorbeeld vragen omtrent eetlust, slaappatroon,
gedragsproblemen,…
Anticiperend rouwen
Dit is rouwen wanneer de persoon nog
niet overleden is.
Bijvoorbeeld iemand met de ziekte van Alzheimer kan door de ziekte
van karakter veranderen en evt. lichamelijke achteruitgang vertonen,
waardoor de familie te maken krijgt met een andere persoon in
vergelijking met vroeger waardoor rouw kan ontstaan.
Apathie
Steeds minder initiatief nemen, het
lijkt alsof de persoon geen interesse meer heeft in de wereld en de
mensen om hem heen, lusteloosheid, gelatenheid. Bijvoorbeeld geen
interesse in familiegebeurtenissen, het streeknieuws,…
Apraxie
Een verworven stoornis in het
uitvoeren van complexe, doelgerichte, willekeurige aangeleerde
bewegingen van ledematen of spraakorganen. Men kan elke
lichaamsspier individueel bewegen met de juiste kracht en snelheid
en in de juiste richting, maar is hiertoe niet in staat wanneer deze
bewegingen geïntegreerd moeten worden in een complexe
bewegingsreeks. Bijvoorbeeld men kan wel tandpasta op de
tandenborstel doen, maar vraag je om de tanden te poetsen dan lukt
dat niet, omdat men niet weet welke handelingen eerst dienen te
gebeuren.
Autosomaal
Met betrekking tot chromosomen die
geen geslachtschromosomen zijn. Dit betekent dat bij bepaalde vormen
van de ziekte van Alzheimer chromosomen worden doorgegeven die
verantwoordelijk zijn voor de ziekte van Alzheimer.
Axon
Een uitloper van een zenuwcel die de
uitgaande signalen doorstuurt naar een volgende zenuwcel. Van
daaruit gaan de signalen verder naar de hersenen of naar spieren of
klieren. Een axon is de zender van een cel.
Beroerte
Plotselinge circulatiestoornis in een
deel van de hersenen t.g.v. een bloeding, trombose of embolie. Een
beroerte is een cerebrovasculair accident (CVA). Ten gevolge van een
beroerte kan iemand bijvoorbeeld verlammingsverschijnselen vertonen.
Bovine Spongiforme Encephalopathie
BSE, - ook wel `gekke-koeienziekte '
- is een ziekte van runderen die leidt tot hersenverweking. Bij
autopsie op de dieren worden de hersenen in een sponsachtige
toestand aangetroffen.
Bradyfrenie
Mentale traagheid, vertraagd denken.
Iemand heeft bijvoorbeeld meer tijd nodig om antwoord te geven op
een vraag.
C.V.A
Cerebro Vasculair Accident.
Accident : het is een plotselinge gebeurtenis
Vasculair : het is een aandoening van de bloedvaten
Cerebro : het is een aandoening in de hersenen
In de spreektaal wordt gesproken van "beroerte".
Bij het C.V.A. kunnen we twee soorten onderscheiden: een
herseninfarct en een hersenbloeding. Een herseninfarct houdt in dat
er een bloedvat verstopt is in (de buurt van ) de hersenen. Een
hersenbloeding houdt in dat een bloedvat kapot is gegaan. In beide
gevallen krijgen de hersenen te weinig bloed waardoor er een
hersenbeschadiging ontstaat. Een beschadiging van de linker
hersenhelft geeft meestal een verlamming aan de rechter kant en vaak
ook stoornissen in het gebruiken van taal (praten, schrijven). Deze
mensen zijn na het C.V.A. vaker voorzichtig en afwachtend. Een
beschadiging aan de rechter hersenhelft kan leiden tot een
verlamming aan de linkerkant van het lichaam en soms ook tot
stoornissen in het waarnemen en in het oplossen van problemen. Dit
kan leiden tot onveilig handelen.
Cachexie
Uitermate slechte lichamelijke
toestand t.g.v. ondervoeding en/of ziekte. Zo kan de persoon
bijvoorbeeld zeer mager zijn.
Cardiovasculair
Met betrekking tot hart en
bloedvaten.
Centrale zenuwstelsel
Controleert de functies van het hele
lichaam, bevat de hersenen en het ruggenmerg. In het centrale
zenuwstelsel komen de prikkels van de zintuigen binnen en worden er
verwerkt. Het centrale zenuwstelsel vormt de centrale verwerkings-
en beslissingseenheid.
Cerebrovasculair
Met betrekking tot de bloedvaten in
de hersenen.
Chorea
Het woord chorea is afgeleid uit het
Grieks en betekent 'dansen'. De chorea van Huntington verwijst naar
de vreemde dansbewegingen die de personen maken in het geval dat zij
aan de ziekte van Huntington lijden.
Cognitief
Dit gaat over het kennen of weten.
Onder cognitieve functies wordt verstaan de hogere cerebrale
functies vooral geheugen, taal, abstractievermogen, visueel
ruimtelijke vaardigheden en constructievermogen.
Confabuleren
Het verzinnen van smoesjes; de gaten
in het verleden, heden en toekomst proberen te dichten met
fantasieverhalen. Bijvoorbeeld als u aan een dementerende persoon
vraagt wat hij gisteren gedaan heeft, kan hij zeggen dat hij naar de
markt om boodschappen is geweest, terwijl u zeker weet dat hij thuis
gebleven is. Zo voorkomt hij te moeten toegeven dat hij het vergeten
is.
Constructionele afasie
Iemand is niet meer in staat iets na
te tekenen.
CT-scan
Computerised transaxial tomography.
Met deze techniek wordt, telkens vanuit een andere hoek, tal van
röntgenopnamen gemaakt doorheen de hersenen. Na computerbewerking
ontstaan verschillende dwarsdoorsneden, waarop men diverse
hersenstructuren kan onderscheiden. Daardoor is het mogelijk om
allerlei abnormaliteiten in beeld te brengen.
Zo kan men op een CT-scan zien of er een aftakeling is van de
hersenen.
Decorumverlies
Verlies van gevoel voor de
gebruikelijke omgangsvormen, verlies van uiterlijke waardigheid;
bijvoorbeeld met de handen eten.
Decubitus
Synoniem van doorligwonde(n). Het is
een weefselversterf t.g.v. het gedurende lange tijd op dezelfde
zijde te liggen. Vooral magere mensen zijn daarvoor gevoelig
(eindstadium dementie). Hierdoor is het nodig de persoon regelmatig
op de andere zijde te draaien (wisselhouding).
Degeneratie
Aftakeling.
Dendriet
Een uitloper van een zenuwcel;
ontvangt de boodschappen van andere zenuwcellen. Ze geleiden de
binnenkomende prikkel. Ze bevatten een groot aantal vertakkingen en
daardoor wordt het oppervlak waarlangs de cel signalen kan
ontvangen, sterk uitgebreid.
Desintegratie
De persoonlijkheidsstructuur valt uit
elkaar. Dit betekent dat de dementerende persoon niet meer weet wie
hij zelf is en was.
Deterioratie
Achteruitgang. Mentale deterioratie
is geestelijke aftakeling.
Dysarthrie
De mondspieren kunnen niet zo goed
meer gebruikt worden, waardoor woorden slordig worden uitgesproken
en minder goed te verstaan zijn.
Egocentrisch
Op zichzelf betrokken, de eigen
persoon als belangrijkste beschouwen bij alle handelingen en
overwegingen. Bijvoorbeeld voortdurend over zichzelf praten en geen
aandacht hebben voor het verhaal van de omgeving.
Elektro-encefalogram
Met deze techniek wordt de
elektrische activiteit van de hersenen geregistreerd. Er worden
elektroden geplaatst op een aantal plaatsen op de schedelhuid. Elke
elektrode registreert de spanningsschommelingen van het daaronder
gelegen hersengebied. Deze spanningsschommelingen kunnen beschreven
worden aan de hand van twee parameters nl. de intensiteit of de
frequenties.
Embolie
Dit is een verstopping in een
bloedvat. Dit is het gevolg van een propje, een obstructie die van
elders werd meegevoerd en in een slagader tot een plotse verstopping
leidt. Een embolie kan leiden tot een beroerte.
Episodisch geheugen
Wordt gebruikt bij het herinneren van
persoonlijke gebeurtenissen. Bijvoorbeeld het zich herinneren dat
men de laatste keer op reis is geweest naar Spanje.
Expliciet geheugen
Maakt gebruik van een bewuste en
vrijwillige opzoeking van informatie. Er wordt dikwijls ook
gesproken van het declaratief geheugen. Dit geheugen wordt
bijvoorbeeld gebruikt bij de vraag om 5 woorden te onthouden.
Façadegedrag
Het zich beter voordoen dan men
werkelijk is. Dit komt vnl. voor bij beginnend dementerende
personen. Eens de dementie verder vordert, nemen de verliezen toe.
Men vergeet steeds meer, waardoor men zich ook niet meer beter kan
voordoen.
Fibril
Fijne spiervezel die kan
samentrekken. Fibrilleren is onregelmatige en ongeordende
samentrekking binnen de zenuwcel.
Foetaal
Ernstig dementerende personen kunnen
als een foetus in een ineengetrokken houding liggen. Foetaal
betekent eigenlijk: de vrucht betreffend.
Frontaalkwab
Bevindt zich vooraan in de hersenen
en staat in voor de persoonlijkheid en het reguleren en organiseren
van het gedrag.
Hallucinaties
Waarnemingen van zaken die er in
werkelijkheid niet zijn, maar die als volkomen reëel worden ervaren.
Hersenbiopten
Het voor onderzoek verwijderde
weefsel uit de hersenen.
Hersenbloeding
Er treedt een plotse breuk op in één
of ander bloedvat in de hersenen, meestal een slagader. De oorzaak
is meestal slagaderverkalking. Er is aantasting van de vaatwand,
waardoor deze niet meer bestand is tegen een plotse
bloeddrukverhoging.
Heteroanamnese
Vraaggesprek met iemand uit de naaste
omgeving van de patiënt, bijvoorbeeld met de partner of één van de
kinderen van de patiënt over bijvoorbeeld de vergeetachtigheid van
de patiënt.
Hippocampus
Onderdeel van de hersenen dat
essentieel is bij het opslaan van nieuwe
informatie.
Hypertonie
Verhoogde spierspanning.
Hypokinesie
Bewegingsarmoede. Minder bewegingen
maken, bijvoorbeeld minder met het hoofd bewegen of met de armen bij
het stappen.
IADL-functies
Instrumentele algemene dagelijkse
levensverrichtingen; bijvoorbeeld boodschappen doen, financiële
verrichtingen, telefoneren, schrijven,… Deze verrichtingen zijn
complexer dan de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL)zoals
bijvoorbeeld zich aankleden.
Ideationele apraxie
Men weet niet meer in welke volgorde
verschillende deelhandelingen uitgevoerd moeten worden; bijvoorbeeld
men weet niet hoe men een brief moet vouwen en in een envelop moet
steken om deze te versturen.
Ideomotorische apraxie
Iemand kan een hele handeling
uitvoeren, maar niet de losse onderdelen ervan; bijvoorbeeld als u
aan een dementerende persoon vraagt om de lippen te tuiten kan dit
zo mogelijk niet gaan, terwijl de dementerende wel een kus zou
kunnen geven.
Impliciet geheugen
Dit geheugensysteem werkt automatisch
en zonder dat men zich bewust is van vroeger opgeslagen en verwerkte
informatie. Daarin zijn heel wat ervaringen opgeslagen die op een
meer rechtstreekse wijze inwerken op het latere gedrag, zonder dat
we ze ons nog kunnen of hoeven te herinneren. Bijvoorbeeld als u een
tekst luidop moet lezen, zonder dat u weet dat u daarna een korte
inhoud daarvan moet geven, dan wordt een beroep gedaan op het
impliciet geheugen.
Incontinentie
Niet in staat urine of ontlasting op
te houden.
Inertie
Traagheid, inactiviteit.
Instrumentele functies
Hogere cognitieve functies die beroep
doen op een aantal hersengebieden tegelijk; deze vaardigheden hebben
we tijdens ons leven geleerd, maar voeren we nu automatisch uit;
bijvoorbeeld nadenken.
Korte termijn geheugen
Het korte termijn geheugen is het
onmiddellijk of primair geheugen. Dit systeem is een soort
opslagruimte, waar de informatie noodzakelijk doorheen moet
vooraleer ze kan worden opgenomen in het langetermijn-geheugen. Het
wordt het werkgeheugen genoemd omdat het mogelijk is inhouden op
elkaar te betrekken en in verband te brengen met reeds eerder
opgeslagen geheugeninhouden.
Lange termijngeheugen (LTG)
Langetermijn-geheugen of permanent of
secundair geheugen. Dit systeem bevat de vroegere ervaringen, die
langdurig in ons geheugen zijn opgeslagen. Bijvoorbeeld
herinneringen uit de kindertijd maken deel uit van het LTG.
Lewy lichaampjes
Lewy lichaampjes zijn abnormale
eiwit-opstapelingen in de vorm van 'knolletjes', die in de
hersenschors van patiënten met de z.g. Lewy Body-dementie worden
teruggevonden. Ze komen ook voor bij andere aandoeningen zoals de
ziekte van Alzheimer en de ziekte van Parkinson.
MRI-scan
Magnetic resonance imaging. Bij deze
techniek baseert men zich op de natuurlijke waterstofatomen die in
de weefsels aanwezig zijn. Men brengt de persoon in een magnetisch
veld (= tunnel) en laat radiogolven inwerken op de waterstofatomen.
Deze radiogolven sturen signalen uit en worden later terug
opgevangen en verwerkt door de computer. Het resultaat is een
haarscherp beeld van de één of andere doorsnede van de hersenen.
Neurofibrillair
M.b.t. microscopische vezelstructuren
binnen zenuwcellen en hun uitlopers.
Neuroleptica
Stoffen die zowel kalmerend werken
als angstgevoelens wegnemen.
Neuroleptica is een geneesmiddel in verband met het zenuwstelsel.
Het wordt gebruikt bij psychosen en andere ziektebeelden waarbij
hallucinaties en onrust bestaan.
Neurologie
Kennis van de normale bouw en werking
van de hersenen (structuur en functie) alsook van de afwijking en
behandelingsmogelijkheden.
Het neurologisch onderzoek kan volgende onderzoeken inhouden:
oogbewegingen worden nagegaan, alsook het lopen, het bewustzijn,
onwillekeurige bewegingen, reflexen.
Neuroloog
Specialist in de neurologie.
Neuron
Zenuwcel. Dit zijn de belangrijkste
cellen in het zenuwstelsel. Zij zijn verantwoordelijk voor de
eigenlijke taak van het zenuwstelsel: opvangen, doorgeven en
uitsturen, en het ordenen, integreren en vasthouden van informatie.
Het axon en de dendriet maken deel uit van het neuron.
Neurotransmittor
Stof die in staat is impulsen over te
brengen tussen zenuwcellen onderling, of van een zenuwcel naar een
andere structuur; deze stof wordt door de zenuwcellen geproduceerd
en afgescheiden. Een voorbeeld van een neurotransmittor is
acetylcholine.
Occipitaalkwab
Bevindt zich achteraan in de hersenen
en staat in voor de verwerking van de prikkels die binnen komen via
de gezichtszenuwen.
Paranoïa
Geestesziekte waarbij waandenkbeelden
kenmerkend zijn voor de aandoening en veelal het ziektebeeld
beheersen. Bijvoorbeeld de persoon denkt achtervolgd te worden door
iemand, terwijl dit in werkelijkheid niet zo is.
Pariëtaalkwab
Bevindt zich bovenaan in de hersenen
tussen de voorste en achterste kwab en staat in voor de oriëntatie
in ruimte en het voelen.
Perifeer zenuwstelsel
Omvat de talloze zenuwen die het
centrale zenuwstelsel in verbinding stellen met de diverse organen
van het lichaam. Dit is het deel van het zenuwstelsel dat zich
buiten de hersenen en het ruggenmerg bevindt. De zenuwen die tot dit
stelsel behoren geleiden prikkels van de zintuigen naar het centraal
zenuwstelsel en prikkels van het centraal zenuwstelsel naar de
motorische organen (spieren en klieren).
PET-scan
Photon Emissie Tomografie.Deze
techniek wordt meer voor experimentele doeleinden gebruikt. Er wordt
een radioactief gemerkt suiker ingespoten in de bloedbaan van een
proefpersoon. Deze persoon moet dan een bepaalde taak uitvoeren,
terwijl hij onder de scanner gebracht wordt. Het apparaat is in
staat om te detecteren in welke gebieden de meeste suiker verbruikt
wordt. Met deze techniek kan men dus vaststellen welke
hersengebieden betrokken zijn bij bepaalde activiteiten.
Plaques
Ophopingen van amyloïd, een bepaald
eiwit; ze spelen een essentiële rol bij de afsterving van
zenuwcellen in de hersenen.
Prion
Prionen zijn bekend als eiwitten die
twee of meer vormen kunnen aannemen. Er zijn vormen met een
"gezonde" functie in het lichaam, maar er bestaan ook één of meer
ziekmakende vormen. De ziekmakende vorm kan toevallig of door een
genetische afwijking ontstaan. Bovendien is de ziekmakende vorm
infectieus doordat het een gezonde vorm omzet in een ziekmakende
vorm.
In principe zouden alle tienduizenden eiwitten die in een levend
wezen voorkomen als prion kunnen werken. Er is echter pas één eiwit
ontdekt dat van vorm verandert en ziekte veroorzaakt. Prusiner vond
dat eiwit en noemde het prion protein, ofwel PrP. De gezonde vorm
die in veel organen maar vooral in hersenweefsel voorkomt, wordt
aangeduid met cellulair PrP (PrP), de ziekmakende vormen met PrP (sc
van scrapie, de al honderden jaren bekende prionziekte in schapen).
Realiteitsoriënterende houding
Houding waarbij structuur aanbieden,
herkenning, veiligheid bieden, centraal staat (bijvoorbeeld het
werken met kalenders).
Reminiscentie
De activiteit of de gewoonte om na te
denken of te willen vertellen over ervaringen in het verleden,
vooral over die ervaringen die in persoonlijk opzicht zeer
belangrijk worden gevonden. Reminiscentie is een methodiek, geen
therapie.
Repeteerbewegingen
Bewegingen die voortdurend herhaald
worden. Bijvoorbeeld voortdurend heen en weer wiegen.
ROT (realiteits- en
oriëntatietraining)
Oefenen om in de realiteit te
blijven. Bijvoorbeeld als u de dementerende persoon wakker maakt en
u zegt “Ik ben …, het is vandaag maandag en het is nu 8u.”
Semantisch geheugen
Onze algemene kennis over de wereld.
Bijvoorbeeld in dit geheugen is opgeslagen: wat een tafel is, wat er
onder “eten” wordt verstaan,…
Snoezelen
Communicatie door zintuiglijke en
lichamelijke ervaringen.
Bijvoorbeeld de dementerende persoon tot rust brengen door te werken
met relaxerende muziek, aroma’s, lichteffecten, kussens.
SPECT-scan
Single Photon Emissie Computed
Tomografie. Bij deze methode wordt bij de patiënt een radioactieve
stof ingespoten, die zich tijdelijk in de hersenen hecht. Er worden
dan verschillende doorsneden van de hersenen gereconstrueerd. Zo kan
bijvoorbeeld de bloeddoorstroming worden weergegeven.
Subarachnoïdale ruimte
De hersenen bedekt door een drietal
vliezen: de hersenvliezen (meninges). Het buitenste vlies, de dura
genaamd, is een stevig, hard membraan, dat bestaat uit stevig
bindweefsel. Het vlies ligt direct tegen de schedel aan, ziet eruit
als botvlies en dient om hersenen en ruggenmerg te beschermen. Onder
het buitenste vlies ligt een dun membraan, het spinnenwebvlies of
arachnoidea, van de dura gescheiden door een smalle subdurale
ruimte. Door bindweefseldraadjes naar het binnenste vlies toe vormt
dit vlies de subarachnoïdale ruimte. In deze ruimte circuleert de
cerebrospinale vloeistof, die weer in de bloedstroom wordt opgenomen
door het spinnenwebvlies.
Subcorticaal
Subcorticale dementie wordt
gekenmerkt door traagheid en vergeetachtigheid; zonder afasie,
agnosie en apraxie.
Synaps
Plaats waar de prikkeloverdracht
plaatsvindt tussen uitlopers van twee zenuwcellen of tussen
uitlopers van een zenuwcel en spier of klier.
Syndroom
Het gaat om een aantal met elkaar
samenhangende verschijnselen die zich tegelijk voordoen. Om van een
syndroom te spreken moeten bepaalde symptomen samen voorkomen.
Bijvoorbeeld om van een dementiesyndroom te spreken moet er o.a.
sprake zijn van het symptoom geheugenstoornis.
Tangles
Bij de ziekte van Alzheimer worden
tangles aangetroffen. Dit zijn kommavormige structuren die bestaan
uit een slecht oplosbare kluwen eiwitten, die in het cellichaam van
het neuron voorkomen.
Temporaalkwab
Bevindt zich ter hoogte van de slapen
en staat in voor het horen, herkennen van voorwerpen en het
langetermijngeheugen.
Terminaal stadium
Met betrekking tot het levenseinde.
Iemand in de laatste levensfase bij wie geen beterschap meer
mogelijk is.
Transmurale zorg
Het openstellen van diensten van
ziekenhuizen, revalidatiediensten en rustoorden voor de
thuiszorgers. Voorbeelden van zo'n transmurale zorg vindt men terug
in dagverzorgingscentra en diensten van kortverblijf in de
rusthuizen en rust- en verzorgingstehuizen..
Tremor
Beving, trilling, siddering.
Trombose
Er vormt zich een bloedstolsel op de
wand van een bloedvat. Aanvankelijk leidt dit tot een geleidelijke
vermindering van de doorbloeding. Dit kan plots leiden tot een
volledige verstopping.
Validation
Invoelend benoemen van emoties, ermee
werken.
Visualiseren
Zichtbaar maken; een
geheugenstrategie waarbij beelddenken wordt toegepast: een beeld
vormen van iets, zodat het beter kan onthouden worden.
Werkgeheugen
Korte termijn geheugen, onmiddellijk
of primair geheugen. Dit systeem is een soort opslagruimte, waar de
informatie noodzakelijk doorheen moet vooraleer ze kan worden
opgenomen in het langetermijn-geheugen. Het wordt het werkgeheugen
genoemd omdat het mogelijk is inhouden op elkaar te betrekken en in
verband te brengen met reeds eerder opgeslagen geheugeninhouden.
Zintuiglijk geheugen
Dit geheugensysteem maakt nog deel
uit van het waarnemingsproces. De informatie die vanuit de zintuigen
wordt binnengevoerd, blijft gedurende een hele korte tijd in dit
systeem aanwezig.
|