|
Informatieve website over het afnemen van intelligentietesten, zie: www.intelligentietesten.com Intelligentie- en capaciteitenonderzoek
Algemene voorwaarden
Bureau
voor leerstoornissen:
Praktijk
Voor Orthopedagogiek
(Mevr.
drs. JPM Voets, orthopedagoog)
|
|
| Faalangst en Verlegenheid Faalangst Wat is faalangst en op welke gebieden doet de angst zich voor? Faalangst is een speciale vorm van angst die optreedt bij het leveren van prestaties. Faalangst: er is sprake van faalangst indien een kind als gevolg van zenuwen duidelijk anders presteert dan op basis van capaciteiten verwacht wordt. Bij het leveren van prestaties stelt de omgeving eisen, maar ook het kind stelt zich eisen. Er worden 3 soorten verschillende faalangst onderscheiden (afhankelijk van de taak die verwacht wordt)
Van faalangst kan alleen gesproken worden wanneer iemand prestaties moet leveren conform zijn/haar mogelijkheden. Welke zijn de gradaties van faalangst? Gradaties van faalangst zijn: Positieve faalangst: Het eindresultaat is goed, maar de inspanningen er om heen zijn niet naar evenredigheid. Negatieve faalangst: Het eindresultaat is minder dan verwacht, de inspanningen zijn onevenredig groot. Wat ligt ten grondslag aan het angstig worden? Angstig zijn of worden: Dit heeft op de eerste plaats te maken met bedreiging van de basisveiligheid. Faalangst treedt op in een bepaalde toestand, d.w.z. is niet de hele dag aanwezig (bij taaksituaties). Dit staat tegenover angst als karaktertrek (eigenschap), de angstbeleving heeft de overhand in het leven van de desbetreffende persoon. Alles wat gedaan of gezegd wordt, is bepaald door angst. Wat merk je van faalangst? Faalangst is een gevoel, dus niet altijd zichtbaar. Gevoelens worden door gedachten opgeroepen. Welke uitingen van gedrag worden waargenomen? Sociale faalangst Gedachten en gevoelens worden vertaald in gedrag: zweten, blozen, beven, buikpijn, misselijkheid, overgeven, hyperventilatie, huilen, wegkijken, verstarren, stil, teruggetrokken gedrag, druk, nerveus, onrustig, clownesk gedrag, agressief, brutaal gedrag. Cognitieve faalangst Dichtklappen, uitspraken over niet kunnen en niets verwachten, reacties op resultaten, onrust, weinig concentratie, erg lang over iets doen, zich ergens vanaf maken (cognitieve faalangst) Faalangst en zelfwaardering: wat merk je op in het gedrag? Faalangst heeft ermee te maken hoe een persoon zichzelf ziet en waardeert. Het zelfbeeld ontstaat door het eigen lichaam te onderscheiden van andere objecten en het te waarderen. (vanaf babytijd). Ouders, leerkrachten, familie, medeleerlingen, vrienden beïnvloeden het beeld tegelijkertijd en nadien. Kinderen die tevreden zijn:
Kinderen met een negatief zelfbeeld:
Faalangst en waarde gebieden: wat spelen waarde gebieden voor een rol? Wat iemand belangrijk vindt noemt men waarde gebieden Belangrijk in dit verband zijn; prestaties, vriendschap, herinneringen, toekomstplannen. Ze bepalen de streefrichting en het gedrag mede. Er zijn twee grondmotieven van waaruit gehandeld wordt; Grondmotief 1: (Hierbij is cognitieve faalangst in het geding)
Grondmotief 2 : (Hierbij is sociale faalangst in het geding)
Faalangst en motivatie: Welke rol speelt motivatie bij faalangst? Een persoon kan pas succesvol zijn als hij kan en wil. Motivatie is niet altijd af te lezen aan het gedrag. Als je iets te goed wilt doen kan het verkeerd gaan, je kunt zelfs te sterk gemotiveerd zijn. 1. De persoon evalueert de situatie; voelt zich hierdoor gespannen en bedreigd. 2. Deze evaluatie beïnvloedt de perceptie op de situatie; de persoon kan niet goed de belangrijke punten meer overzien, waarnaar gehandeld moet worden. 3. De persoon vertoont een faalangst reactie; geeft een inadequaat antwoord 4. De persoon gaat over tot negatieve cognitieve herwaardering: stelt zich te weer, probeert te ontkomen, gaat b.v. nooit meer confrontatie uit zichzelf aan. Cognitieve herwaardering en faalangst: Wat is de rol van herwaardering bij faalangst? Een succes gemotiveerde persoon voelt zich anders en legt succes en falen anders uit dan een mislukkinggemotiveerde persoon. S(ucces) persoon: hoopt op basis van vorige ervaringen een goede prestatie te leveren, stelt doelen niet te hoog, schrijft succes toe aan bekwaamheid M(mislukking) persoon: is vaak heel goed gemotiveerd, kan urenlang blokken, vindt uit zichzelf dat er geen misser mag komen, probeert op basis van vroegere ervaringen mislukkingen te voorkomen, stelt daarbij te hoge doelen, piekert, is angstig, gaat over op afleidingsmanoeuvres, behaalt tegenvallende resultaten, heeft weinig vertrouwen in eigen bekwaamheid. Bij sociale faalangst speelt het besef al dan niet invloed uit te kunnen oefenen op de omgeving een rol. Een paar factoren zijn van belang bij het mislukken.
Misschien is het kind er nog te jong voor, misschien loopt hij wat achter op de anderen. De opvoeder meent dat het kind iets welk kan en geeft het een bepaalde opdracht. Het kind beantwoordt niet aan de eisen en de opvoeder wordt kwaad. Dit zal vooral gebeuren als het meerdere malen voorkomt.
De opvoeder kan uitvallen, maar ook snel nagaan wat er aan de hand is en bijvoorbeeld zeggen dat het niet erg is, dat het toch wel erg moeilijk is, dat het laat is of dat het aan de opvoeder zelf lift, dat de opvoeder dit niet had mogen eisen, enz. De opvoeder kan de schrik van het kind verminderen door allerlei rustige woorden te uiten en het kind op zijn gemak te stellen.
Het kind heeft een korte aandacht boog en is vaak snel vermoeid. Daar moet men rekening mee houden. Als iets te lang gaat duren, moet het kind wel falen, omdat het geen zin meer heeft. Een slechte lichamelijk conditie, onduidelijke situaties, merken dat men geen tijd voor je heeft, een lage intelligentie, een geringe algemene ontwikkeling.… zijn nog factoren die vlugger kunnen leiden tot het hebben van ‘faalangst’. Aandachtspunten voor begeleiding zijn: Vanuit het gezin is het belangrijk dat:
Op school is het belangrijk dat:
Accepteer het kind zoals het is, maar help het inzicht te krijgen in wat het eigenlijk wil en nog niet kan waarmaken Verlegenheid Wat betekent verlegenheid in de ogen van volwassenen en van het desbetreffende kind zelf? Volwassenen vinden een schuchter kwetsbaar kind schattig. Het kind zelf is verbijsterd, gefrustreerd en boos op zichzelf vanwege de angst. Een verlegen kind vermijdt nieuwe uitdagingen en zoekt een veilige plek, b.v. op moeders schoot of aan de rand van de speeltuin. Door dit te doen, vermindert tijdelijk de angst en het versterkt de beslissing om stress te ontlopen. Hij hoeft niet…. Zo leert het kind om zichzelf als verlegen te behandelen en te beschouwen. Noem aanleidingen tot verlegenheid? Aanleidingen tot verlegenheid zijn:
Angst en gebrek aan zelfvertrouwen beïnvloeden het gevoel van eigenwaarde, de sociale vaardigheden en het onderscheidingsvermogen. Verlegen kinderen voelen zich de hele dag gespannen, ze voelen zich niet op hun gemak wanneer ze alleen al denken aan iets dat onprettig lijkt Kenmerken van een verlegen kind zijn:
Heeft vaak nachtmerries. Vaak treden de kenmerken op zonder duidelijke oorzaak. Bij alle aanleidingen wordt de identiteit bedreigd, het kind voelt zich beoordeeld en veroordeeld. Verlegen mensen hebben een zeer uitgesproken negatieve inwendige stem. Door hiernaar te luisteren trekken ze zich terug. Soms functioneren ze in hun eentje goed, maar komen in een groep niet tot hun recht. Verlegen lichamelijke uitingen:
Verlegen ‘geest’: De persoon is vooral op zichzelf gericht, denkt negatief over sociaal gedrag en capaciteiten. Verlegen persoonlijkheid: Deze kenmerkt zich door een laag gevoel voor eigenwaarde. Je kunt het proces dat bij verlegenheid in werking treedt onderkennen en doorbreken. Aanvankelijk hebben verlegen mensen bereidheid om mee te doen. Ze krijgen stress wanneer ze beseffen dat ze tegelijkertijd wel en niet mee willen doen, er ontstaat lichte paniek omdat ze hun rol verkeerd taxeren en er wordt gevlucht naar een veiliger plek. Verlegen mensen willen wel contact leggen maar schatten hun verlangens en sociale vaardigheden verkeerd in en blijven steken in hun neiging tot vermijden (approach –avoidance) Dit leidt tot stress en lichamelijk ongemak. Waaruit kan de hulp om afhaken te voorkomen uit bestaan? · Voorbereiding op een gebeurtenis · Zorgen voor vertrouwd gezelschap of een vertrouwd voorwerp in een nieuwe omgeving · Zorgen voor een langzame overgang · De gevoelens erkennen en wijzen op aanwezigheid van dergelijke gevoelens in de omgeving b.v. bij andere kinderen · Een andere benaming: benoem dingen die het kind wel aankan of wijs op positieve dingen · Maak een sociaal gebaar · Doe zelf mee Ontdooitijd: Iedereen heeft een eigen ontdooitijd, die van mens tot mens verschilt. Verlegen mensen worden tegengehouden door hun verlangen een situatie te vermijden, hoewel ze het tegelijkertijd graag willen. Waaruit bestaat de hulp bij activiteiten?
Let op : een probleem is de haastige maatschappij Hoe breid je de veilige zone uit? Door negatief vermijdingsgedrag wordt de veilige zone smal en star. Belangrijke elementen van de veilige zone zijn:
Met deze elementen moet geëxperimenteerd worden. Welke stappen zijn gewenst bij het oplossen van verlegenheid? Verlegenheid los je op met behulp van toepassing van de vier I’s
Aan welke voorwaarden kan gewerkt worden?
Welke aandachtspunten zijn te herkennen bij het kind?
Verdere mogelijkheden tot hulpverlening: Verlegen kinderen ervaren een sterk conflict tussen benaderen en vermijden. Wat je kunt doen is het instinct tot naderen versterken en uitbreiden. Geef tijd om te ontdooien, langzaam te wennen, bereidt het kind goed voor, moedig aan en probeer in de buurt te blijven. Steun het kind als het zijn wereld groter maakt, breek spanning door even te dollen, leer vaardigheden aan:
Biedt nooit voor de ontdooitijd hulp Op school: Zorg voor uitbreiding van de veilige zone (mensen, plaatsen, activiteiten) Kinderen kunnen vastlopen in het proces van approach and avoidance (toenadering en vermijding) Houdt rekening met de ontdooitijd Omgaan met faalangst Basisboek : A. Nieuwenbroek / J. de Vries uitgeverij:Berkhout Nijmegen /KPC www.momboeken.nl ISBN 90 269 2901 3 De verlegenheid voorbij : B. J. Carducci
|
|
Send mail to
jpm.voets@orthopedagogiek.com
with questions or comments about this web site.
|