|
| |
Dyslexie
subtypen
De
stoornis dyslexie is door veel onderzoekers onderzocht en daarbij zijn subtypen
onderscheiden.
Dumont
vat in zijn boek leerstoornissen deel 1 1994 de volgende subtypen:
Subtypen
van algemene aard die betrekking hebben op onderverdelingen van kinderen en
volwassenen met leerstoornissen:
-
Subtype
van algemene aard
Kinsbourne
en Warrington (1963)
Taalontwikkelingsstoornis
·
verbaal IQ lager dan performaal IQ
·
achterstand
in taal lezen en spellen
·
achterstand
in spraakontwikkeling
Gerstmann
syndroom
·
verbaal IQ
hoger dan performaal IQ
·
stoornis in
vinger-differentiatie-kennis
·
stoornis in
tellen en cijferen
·
stoornis in
de rechts-links oriëntatie
·
stoornis in
constructieve praxis.
-
Dyslexie
als eenvormig syndroom : geen subtypen.
·
Cerebrale
dominantie hypothese Orton 1937
·
Rijpingsvertraging
van de cerebrale organisatie Bender 1958 Delcato 1959
·
Perceptueel-
motorische handicap Kephart 1960, Cruickshank 1968 Frostif en Maslow 1973
·
Genetische
trek Hermann 1959
·
Stoornissen
in het sequentieren Naidoo 1972
·
Verbale
handicap Vellutino 1979
·
Stoornissen
in het parietale gebied Jorm 1979
-
Verdeling
van leerstoornissen in twee subtypen:
Het onderzoek
van Johnson en Myklebust (1967) onderscheidde leergestoorde kinderen in twee
groepen: het auditieve type "het kind hoort niet wat het ziet" en het
visuele type "het kind ziet niet wat het hoort.
Auditieve
dyslexie:
·
ontbreken
van de typisch visuele problemen, zoals rotaties en globaliseren
·
falen van de
auditieve discriminatie
·
falen van de
auditieve analyse en synthese
·
auditieve
inprentingproblemen
·
moeite met
re-auditoriseren van klanken en woorden: het stillezen gaat dan beter dan
hardop.
·
problemen
met auditieve sequenties: ritmen, rijmen, meerlettergrepige woorden; nazeggen
gaat moeizaam en met veel fouten.
·
voorkeur
voor visuele activiteiten, puzzelen, knutselen, tekenen
Visuele
dyslexie:
·
gebrekkige
visuele discriminatie, globaliseren.
·
goede
auditieve analyse vertraagd visueel waarnemingsproces
·
neiging tot
spiegelingen, rotaties en verwarring van de lettervolgorde in het woord.
·
visuele
inprentingmoeilijkheden
·
details in
tekeningen vergeten.
·
moeite met
visuele analyse en synthese (puzzelen) en voorkeur voor spelen en
vrijetijdsbesteding met minimaal visueel- analytisch detailwerk.
Pizollo
1979, 1981
|
|
|
Auditief
-Linguïstisch
|
Visueel
-Spatieel
|
-
Gemiddeld
tot hoog performaal IQ
-
Relatief
laag verbaal IQ
-
Vertraagd
begin van taal
-
Expressieve
taalgebreken
-
Woordvindingsproblemen
-
Agrammatisme
-
Fonologische
leesfouten
-
Foneem
grafeem matching
-
spelling
fouten t.g. hiervan
-
Letterlijke
decodeerstrategie
-
Normale
oogbeweging
-
relatief
intacte visuo-spatiele vaardigheden
|
-
Gemiddeld
tot hoog verbaal IQ
-
Relatief
laag performaal IQ
-
Links
rechts verwarring
-
Vroege
blijken van spiegelschrift
-
Problemen
met de vingerbenoeming
-
Slecht
handschrift
-
Visuele
leesfouten
-
Spellingfouten
t.g.v. letter en woordomkeringen
-
weglatingen
enz.
-
Fonetische
decodeerstrategie
-
Foutieve
oogbeweging bij het lezen.
-
Relatief
normale taalvaardigheden
|
Ingram ,Mason en Blackburn
Audio- fonetisch subtype Visuo-
spatieel subtype
stoornis
in de audtitieve synthese
Rotatie van d/b p/q
niet
herkennen van klinkers moeizame
woordherkenning
slechte
fonetische kennis zwakke
visuele discriminatie
zwakke
auditieve analyse volgorde
verwisselingen in het woord.
-
Verdeling in drie subtypen:
Boder
1973 Camp en Dolcourt 1977 Aaron 1978 Rosenthal, Boder en Callaway 1982:
Dysfonetische dyslexie:
-
problemen met grafeem-foneem-koppelingen
-
problemen met auditieve analyse en
synthese
-
globale woordherkenning: te globaal
lezend.
Dyseidetische dyslexie:
-
problemen met visuele synthese van
grafemen en woorden
-
letter-voor-letter spellend lezen
-
problemen met globale woordherkenning: te
analytisch lezend.
Gemengde dysfonetische,dyseidetische dyslexie :
-
Verschijnselen van beide hoofdtypen komen
tegelijkertijd voor.
-
Zowel problemen met analytisch als met
globaal lezen
De tweedeling van Bakker 1979, 1980,1986, die door Van der Leij
1983 wordt gevolgd in een perceptueel en een linguïstisch type (P-L type) kent
geen gemengd type maar volstaat met het vermelden van 60% in te delen
dyslectici.
|
Perceptueel type
|
Linguïstisch type
|
-
langzaam
lezend
-
spellend
lezend
-
veel
zelfcorrectie
|
-
snel
lezend
-
radend
lezend
-
inaccuraat
lezend, woord( groep) en weglaten,synoniemen lezen.
|
Mattis, French en Rapin 1975
Taalstoornis 63%:
-
woordvindingsstoornis; problemen in de
receptieve en expressieve taal
-
vebaal IQ lager dan performaal IQ
-
intacte visuo-spatiele constructieve en
grafo-motorische vaardigheid
-
geen spraakstoornissen.
Articulatorische en grafomotorische stoornis 10%
-
spraakproblemen
-
verbaal en performaal IQ gelijk
-
verstoorde oog-hand coördinatie
bij tekenen en schrijven.
-
intacte receptieve taal
-
Visuo- spatiele perceptiestoornis 5%
-
visuo- spatiele perceptiestoornis
-
verbaal IQ hoger dan performaal IQ
-
zwak op Raven Progressive Matrices en Visuele
Retentietest.
-
intacte taal, grafomotorische coördinatie en spraak.
Rourke
1978:
Type 1 :
-
goed - visuo-spatiele vaardigheid en
oog-handcoordinatie
-
gemiddeld: tactiel- kinesthetische vaardigheid en
abstract redeneren
-
zwak tot zeer zwak : definiëren van woorden,
auditieve synthese, verbaal geheugen voor cijfers en zinnen, verbale
vloeiendheid.
Type 2:
-
Gemiddeld - visuo- spatiele vaardigheid,
kinesthetische vaardigheid, psycho-motorische functies, definiëren van
woorden, abstract redeneren
-
zwak - geheugen voor cijfers, auditieve synthese,
verbale vloeiendheid, verbale begrippen formuleren.
-
zeer zwak- vingerdifferentiatiekennis, onmiddellijk
visuo-spatieel geheugen, geheugen voor zinnen.
Type 3;
-
gemiddeld - vingerdifferentiatiekennis (l),
kinesthetische vaardigheid, visuo-spatiele vaardigheid, woordenschat,
auditieve synthese, non verbale begripsvorming
-
zwak - vingerdifferentiatiekennis (r), geheugen voor
cijfers, oog-handcoordinatie bij snelheidstaken, algemene kennis,
non-verbale abstractie
-
zeer zwak- verbale vloeiendheid, geheugen voor
zinnen, onmiddellijk visuo-spatieel geheugen, verbale begripsvorming
-
Dyslexie
in vijf subtypen:
Denckla
1975,1977
Taalstoornis
54%
Articulatorische
en grafomotorische stoornis 12%
Visuo
-spatiele perceptiestoornis 4%
Dysfonemische
sequentieringsdyslexie: 13%
-
falen op geheugen voor zinnen
-
intact (be) noemen, taalbegrip en spraak
Verbale
inprentingdyslexie 10%
-
falen op geheugen voor zinnen
-
falen op het leren van paarsgewijze verbale
associaties.
Dumont blijft op het standpunt
staan dat een onderverdeling in subtypen niets anders kan zijn dan variaties op
eenzelfde thema. M.a.w. dyslexie is een in oorsprong en oorzaak in
verschijningsvormen kunnen daarentegen varianten optreden, die met deze
gelijkheid niet strijdig zijn.
Van der Vlugt geeft aan in
onderzoeken, dat bij kinderen met dyslexie beide hemisferen dysfunctioneren en
er geen compensatie of overname van een van de hemisferen optreedt. Een gevolg
van deze hypothese is dat er gesproken zou moeten worden van subtypen
waarbij meer de linker of meer de rechter hemisfeer verantwoordelijk of beide
hemisferen. Zijn conclusie; in 50% tot 60% leidt dit tot een taalstoornis, in 10
tot 30% tot een visuo spatieel gefundeerde stoornis en bij bi frontale
stoornissen tot een aandachts of inhibitiesyndroom .(Ruyssenaars, dyslexie,
ernstige lees en spellingsproblemen 1989)
Subtypen
van dyslexie volgens Merkelbach ( Kinderen met leer en gedragstoornissen 1998)
Merkelbach onderscheidt de
volgende subtypen:
-
perceptuele dyslexie/ linguale dyslexie
-
visuele dyslexie
-
auditieve dyslexie
-
eidetische dyslexie
-
dysfatische dyslexie.
Overwegingen voor deze
indeling zijn gebaseerd op behandelingsmogelijkheden, die per subtype
gerealiseerd kunnen worden.
1a. Perceptuele dyslexie:
Deze vorm van dyslexie zou
ontstaan zijn t.g.v. een vertraagde rijping van de linker hemisfeer
(hersenhelft) Samenwerking van de beide hemisferen is belangrijk bij lezen.
Gebrekkige integratie of vertraging van de overgang van rechter naar linker
hemisfeer zorgt voor perceptuele moeilijkheden. Een perceptueel dyslecticus
heeft moeite greep te krijgen op een woord en leest letter voor letter.
Kenmerken bij lezen: P type:
-
een woord wordt spellend gelezen
-
een woord wordt stotterend gelezen
-
een woord of delen van een woord worden herhaald
-
een foutief gelezen woord wordt zelf verbeterd
-
woorden worden met de verkeerde klemtoon
uitgesproken.
1b. linguale dyslexie:
Bij deze vorm van dyslexie zou
sprake zijn van radend leesgedrag onder invloed van een dominante
linkerhemisfeer. De shift van rechter naar linker hemisfeer tijdens het lezen is
te snel gebeurd. De betekenisassociaties overheersen op de visuele verwerking
van informatie (Te weinig wordt gespeld)
Kenmerken bij lezen: L type;
-
een woord wordt overgeslagen of niet gelezen.
-
een letter of lettergreep wordt niet gelezen.
-
een niet gedrukt woord wordt ingevoegd.
-
letters of lettergrepen worden omgekeerd in een zin
-
de volgorde van woorden in een zin worden omgedraaid.
-
zinloze woorden worden gelezen (soms delen van het
goede woord)
-
een woord wordt vervangen door een ander redelijk in
de context passend woord.
-
de uitspraak is fout t.g.v. verkeerde
lettergreepverdeling.
2. Visuele dyslexie;
kenmerkend voor een visueel
dyslecticus is dat er bij lezen sprake is van een vertraagd waarnemingsproces.
Er doen zich spiegelingen en rotaties voor en er kan verwarring optreden over de
lettervolgorde in een woord. op visueel gebied en intramodaal (bv stillezen:
hierbij overheerst het zien)
De visueel dyslecticus kan
minder goed een woord herkennen aan de hand
van deelstructuren. De
betekeniservaring van teksten is goed.
Kenmerken bij lezen en andere
opdrachten:
-
gebrekkige visuele discriminatie; globaliseren
-
goede auditieve analyse
-
vertraagd visueel waarnemingsvermogen
-
neiging tot spiegelingen, rotaties en verwarring van
lettervolgorde in woorden
-
visuele inprentingmoeilijkheden
-
details in tekeningen vergeten
-
moeite met visuele analyse en synthese (puzzelen)
voorkeur voor spelen met minimaal visueel-analytisch denkwerk
3. Auditieve dyslexie:
Dit type dyslexie geeft
problemen te zien bij auditieve informatieverwerking. Deze komt onvoldoende tot
stand. Er wordt onvoldoende onderscheid gemaakt tussen medeklinkers en klinkers,
die sterk gelijkend zijn. De intramodale auditieve omzettingen lukken niet goed,
hierdoor ontstaan problemen met de spelling.
Kenmerken bij lezen en andere
opdrachten:
-
ontbreken van typisch visuele problemen zoals
rotaties en globalisaties
-
falen van auditieve discriminatie.
-
falen van de auditieve analyse en synthese
-
auditieve inprentingmoeilijkheden
-
moeite met het re-auditoriseren van klanken en
woorden
-
het stillezen gaat beter dan het hardop lezen
-
problemen met auditieve sequenties: ritmen ,rijmen,
meerlettergrepige woorden; nazeggen gaat moeizaam en met veel fouten
-
voorkeur voor visuele activiteiten; puzzelen,
knutselen, tekenen.
4. Eidetische dyslexie;
Bij deze vorm van dyslexie
heeft een leerling onvoldoende snel greep op de woordstructuur omdat de globale
woordherkenning niet goed verloopt, mede onder invloed van een niet goed
verlopende klankvoorstelling. Vooral intermodale omzettingsproblemen, waarbij
visuele informatie niet onmiddellijk wordt omgezet in een adequate
klankvoorstelling. de auditieve signalen worden voldoende verwerkt. Stillezen
gaat beter dan hardop.
Kenmerken bij lezen en andere
opdrachten.
Er zijn overeenkomsten met
visuele dyslexie en auditieve dyslexie.
5. Dysfatische dyslexie;
Bij deze vorm van dyslexie
heeft het kind moeite zich snel en goed uit te drukken. De koppeling tussen
teken en betekenis komt niet onmiddellijk tot stand. Er doen zich
woordvindingsproblemen voor, waarbij het kind de woorden kent, maar ze niet kan
vinden. Zo'n kind gebruikt veel woordomschrijvingen (omslachtig taalgebruik) Bij
het lezen is de betekenisontsleuteling een probleem, begrijpend lezen is een
moeilijke zaak. Bij teksten en sommen, vraagstukken wordt de betekenis
onvoldoende begrepen.
Bij spelling zien we veel
fonetische invullingen.
Koning
(PRAVOO) gaat uit van een indeling van dyslexie in perceptueel type en linguaal
type (Balanstheorie van Bakker)
De
Haan verlegt het probleem naar een juiste didactiek.
|